Read the book: «Laatste verzen»
Guido Gezelle
Laatste verzen

Gepubliceerd door Good Press, 2022
EAN 4064066311940
Inhoudsopgave
GUIDO GEZELLE’S DICHTWERKEN
LAATSTE VERZEN
’T ER VIEL ’NE KEER
(Herinnering aan Beethoven’s Septuor.)
ONBEVLEKTE VROUWE
MIJMERINGE
MOEDERKEN
SINT JANS VIER
BAST VAN MURWE WIJNGAARDBEZEN
PERELS
SERENUM ERIT
(Matth. xvi:2)
IMBER ABIIT
OCTOBERBOOMEN
AAN ...... ?
DE XIV STONDEN OF DE BLOEDIGE DAGVAART ONS HEEREN
1895
DE EERSTE STONDE
GEVONNIST.
DE TWEEDE STONDE
NAAR GOLGOTHA.
DE DERDE STONDE
EERSTE VAL.
DE VIERDE STONDE
MARIA.
DE VIJFDE STONDE
SIMOEN VAN CYRENEN.
DE ZESDE STONDE
VERONICA.
DE ZEVENSTE STONDE
TWEEDE VAL.
DE ACHTSTE STONDE
DE WEENENDE VROUWEN.
DE NEGENSTE STONDE
DERDE VAL.
DE TIENSTE STONDE
ONTKLEED.
DE ELFSTE STONDE
GEKRUIST.
DE TWAALFSTE STONDE
GESTORVEN.
DE DERTIENSTE STONDE
DE VII WEE’N.
DE VEERTIENSTE STONDE
EN BEGRAVEN.
1897
VRIENDENZOEN
VIS UNITA FORTIOR
IK DROOME ALREÊ
O BAND
WIJ NADEREN
ZEGEPRAAL
DIE MIJN HERT BEMINT
HALF APRIL
GROENINGE’NS GROOTHEID OF DE SLAG VAN DE GULDENE SPOOREN
I
II
III
IV
V
VI
IN SPECULO
TWIJFELZONNIG
EN DAARMEÊ AL
JANTJE
ZWART
LOOFGEBOUW
SPREEUWEN
WEDERWIJVEN
EXCELSIOR
’T SCHEERWIEL
DE DOORNENBOOM
QUIS NOS SEPARABIT?
Ad Rom. viii:35.
MIETJE
ZONHOEDEN
BUIGEN OF BERSTEN
CYTISUS LABURNUM
GIERZWALUWEN
(Cypselus Apus)
PASCENT IN ÆTHERE CERVI
VIRG .
DE SPERRETAKKEN
SAMBUCUS NIGRA. L.
BIGNONIA CATALPA. L.
BEZIET DIE BOOZE KATTE
’T IS STILLE
HET GULDEN VLIES
HEBT MEÊLIJEN
DE LEYE
1898
DUIVEN
MUSSCHEN
DE DAGERAAD
NEVELDUISTERNIS
WINDTOCHT
AKSTERNESTEN
LENTEGROEN
VOORBIJ
WIE IS ALS GOD
OCH WARE IK....
GETIJDEN .
CINXEN
DUC NOS QUO TENDIMUS!
IN ’T RIET
SORBUS AUCUPARIA. L.
... AAN DEN LINDEBOOM
BLADERVAL
EGO FLOS ....
(Cant. II:1)
PLATANUS ORIENTALIS. L.
SLAAPLIED
KROMMENISSE
VERLORENBROOD
GODDELIJKE BESCHOUWINGEN.
1899
„VADER OVERLEDEN”
REQUIESCAT IN PACE!
UIT DE DIEPTEN.
HET VLAAMSCHE VOLK
ONGEDAGTEEKENDE GEDICHTEN EN ONVOLTOOIDE „ SLAPENDE BOTTEN ”
DE BOODSCHAP
HOSANNAH
WEGGEROOFDE LELIE
GELIJK DE ARME PELGRIM
O LIEFSTE JESU ZOET
GEKRUISTE GOD
AVE REGINA
AANZIET DE KRAAIEN
’T WAS ’N WARE!
MOCHT ZULK EEN TALE
INHOUDSTAFEL
In deze volledige uitgave van Guido Gezelle’s Dichtwerken verschijnen:
| I. | DICHTOEFENINGEN. |
| II. | KERKHOFBLOMMEN. |
| III. | GEDICHTEN, GEZANGEN, GEBEDEN EN KLEENGEDICHTJES. |
| IV. | LIEDEREN, EERDICHTEN ET RELIQUA. |
| V/VI. | TIJDKRANS. |
| VII/VIII. | RIJMSNOER. |
| IX. | HIAWADHA’S LIED. |
| X. | LAATSTE VERZEN. |
Apart verscheen:
VERZEN, Tweede druk, ing. ƒ 3.90, geb. ƒ 4.50.
GEDICHTEN, samengesteld door Dr. J. A. Nijland, ing. ƒ 1.90, geb. ƒ 2.50, leer ƒ 3.50.
BLOEMLEZING, samengesteld door Dr. J. A. Nijland, Vijfde verbeterde druk, ing. ƒ 0.90, geb. ƒ 1.25.
MOTTO-ALBUM, met versieringen van J. de Praetere, geb. in linnen of gebatikt ƒ 1.50, geb. in leer ƒ 1.90.
KLEENGEDICHTJES, Eerste en Tweede bundel à ing. ƒ 0.25. geb. ƒ 0.50.
LAATSTE VERZEN, Derde druk, geb. ƒ 1.90.
GUIDO GEZELLE’S DICHTWERKEN
Inhoudsopgave
LAATSTE VERZEN
Inhoudsopgave
VIJFDE DRUK

L. J. VEEN—AMSTERDAM
1913
BOEK-, COURANT- EN STEENDRUKKERIJ G. J. THIEME, NIJMEGEN
’T ER VIEL ’NE KEER
Inhoudsopgave
(Herinnering aan Beethoven’s Septuor.)
Inhoudsopgave
’t Er viel ’ne keer een bladtjen op
het water
’t Er lag ’ne keer een bladtjen op
het water
En vloeien op het bladtje dei
dat water
En vloeien dei het bladtjen op
het water
En wentel-winkelwentelen
in ’t water
Want ’t bladtjen was geworden lijk
het water
Zoo plooibaar en zoo vloeibaar als
het water
Zoo lijzig en zoo lustig als
het water
Zoo rap was ’t en gezwindig als
het water
Zoo rompelend en zoo rimpelend
als water
Zoo lag ’t gevallen bladtjen op
het water
En m’ ha’ gezeid het bladtjen ende
’et water
’t En was niet ’t een een bladtje en ’t an-
der water
Maar water was het bladtje en ’t blad-
tje water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
Als ’t water liep het bladtje liep,
als ’t water
Bleef staan het bladtje stond daar op
het water
En rees het water ’t bladtje rees
en ’t water
En daalde niet of ’t bladtje daalde
en ’t water
En dei niet of het bladtje dei ’t
in ’t water.
Zoo viel der eens een bladtjen op
het water
En blauw was ’t aan den hemel end’
in ’t water
En blauw en blank en groene blonk
het water
En ’t blaadtjen loech en lachen dei
dat water
Maar ’t bladtje en wa’ geen bladtjen neen
en ’t water
En was nie’ meer als ’t bladtjen ook
geen water
Mijn ziele was dat bladtjen; en
dat water
Het klinken van twee harpen wa’
dat water
En blinkend in de blauwte en in
dat water
Zoo lag ik in den Hemel van
dat water
Den blauwen blijden Hemel van
dat water
En ’t viel ne keer een bladtjen op
het water
En ’t lag ne keer een bladtjen op
het water.
Roux St. Leo, 1859.
ONBEVLEKTE VROUWE
Inhoudsopgave
o Altijd onbevlekte Vrouwe,
ik ben onweerd, eilaas, dat ik uw licht aanschouwe,
zoo lang mij in dit tranendal,
verdoold gelijk een ooi en teenemaal vol zonden,
den waren weg en is gevonden,
o Moedermaagd, die mij tot God geleiden zal.
Hoe menigmaal was, in dit leven,
mijn ziele eilaas den vrede kwijt,
omdat ik, ver van u gebleven,
me in ’s werelds weelden had verblijd;
’t was alles valsch, dat zij beloofden,
en, om hun’ schoon gepinte hoofden,
vol leugens blonk het, vol bedrog;
verfoeide pracht van die u haten,
Maria, ’k wil nu alles laten,
op U alleen betrouwe ik nog!
o Altijd.... enz.
De booze vijand kwam mij tergen
en, ringsom mij, zoo spookten fel
gedaanten, vrij zoo hoog als bergen
en wangedrochten uit de hel;
ik zou vergaan, ik zou verzinken,
ik zou den diepsten grond uitdrinken
des bekers die de ziel vergeeft,
had ik tot U, o altijd goede,
mij niet gewend; die, nimmer moede,
nog helpt die U geloochend heeft.
o Altijd....
Niet vrij eilaas, die ’s werelds lusten,
die ’s vijands wulpsch geweld ontvliedt,
en is hij; nooit en zal hij rusten,
verwint hij erger vijand niet;
ik ben mijn ergste vijand zelve,
hoe dieper ik mijn hart doordelve,
hoe meer ik vinde dat, onvrij
van alle kwaad, ik ga ten gronde
in eenen poel van rampe en zonde
ach, onbevlekte, bidt voor mij!
o Altijd.... enz.
20/12 1880.
MIJMERINGE
Inhoudsopgave
... Priez,
Priez pour ces hommes qui chantent
V. Hugo.
Geleefd! roepen ze:
’t is zoo vroeg te sterven;
gefooid! eer de dood
komt ons al bederven.
Gedanst op de blomme:
ons behoort heur glansen!
—Geweend! zoo zeggen zij,
om die lachend dansen!
Gebeên, roepen ze,
gij, vroeden, uw gebeden;
de beker is ons
bron van zaligheden!
De teuge en ’t gezang
verzoeten alle pijn.
—Gebeên! zoo zeggen zij,
voor al die zingend zijn.
Waarom, roepen ze,
’t roosken niet gebroken?
Het schoonste, is het niet
tot ’s konings lust ontloken?
Geen koning die bidde
of bedele om een vrouw
—gediend, zoo zeggen zij,
die ’t toekomt, immer trouw!
Geleefd roepen ze,
want de dagen spoeien.
—Geweend! zoo zeggen zij:
’t is troost daar tranen vloeien.
—’t Is valsch, roepen ze,
dat ’t minnen ooit kon geven!
—Gemind! zoo zeggen zij:
daar liefde is, daar is leven!
De waarheid, is zij nu bij hem die ’s herten kwalen
verdrinkt en, bij ’t genot des vollen bekers,
de liefde gekheid scheldt;
ofwel bij hem die trouw bemint en bidt, te halen?
Op beider voorhoofd hebt gij de antwoord, Heere,
in leesbaar schrift gesteld!
Oostermaand 1846.
D. Joaquim Rubió y Ors.
Guldemaand 1889.
Guido Gezelle.
MOEDERKEN
Inhoudsopgave
’t En is van u
hiernederwaard,
geschilderd of
geschreven,
mij, moederken,
geen beeltenis,
geen beeld van u
gebleven.
Geen teekening,
geen lichtdrukmaal,
geen beitelwerk
van steene,
’t en zij dat beeld
in mij, dat gij
gelaten hebt,
alleene.
o Moge ik, u
onweerdig, nooit
die beeltenis
bederven,
maar eerzaam laat
ze leven in
mij, eerzaam in
mij sterven.
Kortrijk, 4/5 1891.
SINT JANS VIER
Inhoudsopgave
Men maakt hedendaags nog Sint-Jans vier te Kortrijk, te midzomer, op Sint Jan-Baptistendag; men danst en zingt erbij oude volksliederen.
Nu zit de zonne
hooge in den hemelstoel
nu zit de zonne
hooge overal.
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Vliegende vlamme,
vlerke van ’t zonnewiel,
vliegende vlamme,
vlucht in den hoop!
Ziet, hoe de vlamme bijt;
ziet, hoe heur tonge laait;
ziet, hoe de vlamme bijt,
binnen in ’t hout!
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Danst nu den zomerdans,
danst deur de vlammen heen:
danst nu den zomerdans,
gij, gasten, te gaâr!
Haalt hout en helpt ons
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Laat ons een liêken,
dansend den zomerdans,
laat ons een liêken
zingen daartoe!
Zoo zal, eer ’t avond wordt,
leutig ons zomervier
sperken en sparken, om-
hooge ten hemel slaan,
en leve Sint Jan
hoe langer
hoe liever,
hoe langer
hoe liever,
ja, leve Sint Jan!
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Ziet hoe de sterren,
diepe in den hemel daar,
lonken en linken
naar ons gedans!
Stokken en sterren,
heerdvier en hemelvier,
herten die jong zijt,
al ondereen;
eer wij gaan slapen,
nog eens geroepen nu:
Leve Sint Jan!
Haalt hout en helpt ons,
hoopt het te gare alhier;
haalt hout en helpt ons
mede, altemaal!
Kortrijk, Febr. 1894.
BAST VAN MURWE WIJNGAARDBEZEN
Inhoudsopgave
Bast van murwe wijngaardbezen
kan alleen de weêrga wezen
van de zachte en zuivere hand
die mijn hert, heeft overmand.
Straffe mocht en boete hij vergen,
neen hij wou mijn boosheid bergen,
mijn verwaandheid, ongeboet,
in zijn dierbaar blusschend bloed.
Hebbe dan mijn herte en houdt’ Hij ’t,
duizendmaal vermenigvoud Hij ’t
in Zijn liefde en laat’ Hij ’t mijn....
neen, voor eeuwig ’t Zijne zijn!
Kortrijk, 5/2 1894.
PERELS
Inhoudsopgave
Nog eer de blâren schieten,
in ’t hofbeluik,
hoe geren zie ’k uw’ sprieten,
o perenstruik;
hoe geren zie ’k uw takken,
vol blommen staan,
vol perels, al in pakken
eer ze opengaan!
En mochte ik maar, zoo even,
door Gods beschik,
u, peretakken geven
nen toovertik;
’t en zou geen pere krommen
uw hout, voortaan:
veel liever zie ’k de blommen,
eer ze opengaan.
’k Zie geren, in de hoven,
uw’ peren groot,
de zonne zitten stoven,
al rijp en rood;
maar ’k zie wel nog zoo geren
uw blommen staan,
de perels van de peren,
eer ze opengaan.
17/4 1894.