Read the book: «Gezondheid uit de apotheek van God»
Maria Treben
Gezondheid uit de apotheek van God
Raadgevingen en ervaringen
met geneeskruiden

UITGEVERIJ ENNSTHALER, STEYR (OOSTENRIJK)
De in dit boek vermelde voorstellingen, voorstellen en therapiemethodes zijn niet bedoeld als vervanging van een professionele medische of therapeutische behandeling. Iedere aanwending van de in dit boek vermelde adviezen gebeurt naar het uitsluitende goeddunken van de lezer. De auteurs, de uitgeverij, adviseurs, distributeurs en alle andere personen, die in verband staan met dit boek, kunnen niet aansprakelijk noch verantwoordelijk gemaakt worden voor eventuele gevolgen, die direct of indirect resulteren of zullen resulteren uit de in dit boek gegeven informatie.
Tekening op de omslag en alle andere illustraties: Robert SCHÖLLER, Wenen
Uit het Duits vertaald door Dr. J.-H. Clemm von Hohenberg, Hamburg
www.ennsthaler.at
Gebaseerd op de 30ste editie 2021
ISBN 978-3-7095-0136-8
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/ of openbaar
gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
Copyright © 1980 by Ennsthaler Verlag, Steyr
Uitgeverij Ennsthaler, A-4400 Steyr, Oostenrijk
Zetsel en omslagontwerp: DIE BESORGER mediendesign & -technik · A-4400 Steyr

Maria Treben
Voorwoord
Ondanks veel aanvallen van verschillende zijde tegen mijn persoon en tegen mijn raadgevingen in mijn boek »Gezondheid uit de apotheek van God«, hebben veel geestdriftige brieven van gezonde én zieke mensen, van artsen en andere geneeskundigen uit binnen- en buitenland, mij ertoe bewogen om mijn nieuwste ervaringen met de geneeskruiden in een herziene en uitgebreidere uitgave van dat boek, ook verder aan de mensen beschikbaar te stellen.
In een tijd, waarin een groot deel van de mensheid zich sterk van een natuurlijke levenswijze verwijdert en door hun verkeerde levensinstelling gevaarlijke ziektes op zich zien toekomen, moeten we weer terugkeren naar onze geneeskruiden, die ons de lieve God in zijn goedheid sinds onheugelijke tijden schenkt. Pastoor Kneipp zei daarover in zijn boek: »Voor iedere ziekte groeit er een kruidje!« Aldus kan iedereen zijn gezondheid ondersteunen, indien hij uit voorzorg, tijdig planten en kruiden uit »de apotheek van God« verzamelt, de kruidenthee dagelijks of gedurende een kuur drinkt, kruidenextracten gebruikt voor inwrijvingen of omslagen, als hete kruidencompressen, of als toevoegsel bij het baden. Indien men besluit om geneeskruiden te gaan gebruiken, dan kan men het beste met bloedzuiverende kruiden, zoals b.v. daslook, brandnetel, ereprijs, paardenbloem en weegbree beginnen.
Zo’n kuur kan nooit schaden, indien de gebruiksaanwijzingen nauwkeurig worden gevolgd. Indien de kuur geen of slechts heel langzaam verlichting of hulp brengt, dan kan het mogelijk zijn, dat er in de woning of op de werkplaats, geopatische aardstralen zijn. Hier moet dan een ervaren wichelroedeloper aan te pas komen, om stralenvrije plaatsen aan te wijzen.
Bij een sterk gevoel van onwel zijn, bij koorts en alle andere duidelijke ziektesymptomen mag het niet nagelaten worden om tijdig een arts bij de zieke te roepen, om de juiste diagnose te laten vaststellen en om raad te vragen. Het is eveneens vanzelfsprekend, dat het verloop van een zware ziekte en het geneesproces, door een geneesheer gewetensvol moeten worden gecontroleerd.
Dat de klassieke geneeskunde zich langzaam naar de natuurgeneeskunde begint toe te wenden, kan men uit het 25e Internationale Bijscholingscongres van de Geneesherenkamer van de Duitse Bondsrepubliek en de Artsenkamer van Oostenrijk in maart 1980 te Badgastein (Salzburg), waar rond 1.500 artsen aan deelnamen, merken.
Dr. Carl Alken (professor aan de universiteit Saarland, BRD) noemt motieven voor de toenemende waardering van de klassieke geneeskunde voor de genezende krachten van de natuur, en zegt: »Na de Tweede Wereldoorlog stonden de artsen praktisch machteloos tegenover tuberculose en nierziektes. Toen kwam de grote ommekeer door het gebruik van antibiotica. En vandaag de dag hebben wij reeds met de negatieve gevolgen van een gedeeltelijk overdadig, gedeeltelijk verkeerd gebruik van deze »zegenbrenger« te maken! Daarbij komt dan nog als een lawine, de toename van schimmelziektes (te wijten aan de storing van het normale biologische evenwicht) die veroorzaakt wordt, door het overdadig gebruik van medicijnen en door milieuvervuiling.«
Ik volg sinds jaren de bijeenkomsten en congressen van artsen, de resultaten van die bijeenkomsten verschijnen ook in dagbladen. Veel artsen zijn zich van hun verantwoordelijkheid bewust en waarschuwen tegen overdadig tablettengebruik. In het bijzonder wordt er voortdurend op gewezen hoe gevaarlijk pijnstillende middelen kunnen worden. Door ontelbare mensen worden ze zonder geneeskundige controle ingenomen en veroorzaken daardoor zware schade aan veel organen. Middelen die b.v. de bloeddruk kunnen doen dalen, kunnen indien ze gedurende geruime tijd worden gebruikt, bij vrouwen borstkanker veroorzaken. Dat hebben drie onafhankelijk van elkaar werkende onderzoekcentra in Boston, Bristol en Helsinki geconstateerd.
Ik wil nu de geneeskracht en werking van belangrijke planten en de ervaringen van de laatste tweeënhalf jaar (d.w.z. sinds het verschijnen van het boek »Gezondheid uit de apotheek van God«) zieke mensen ter beschikking stellen en hen de hand reiken om weer gezond te worden. Om, ondanks de meest hopeloze ziektes, met de hulp van God, uit eigen kracht en eigen wil toch de ons genezende kruiden te vinden, is een grote menselijke prestatie. Het terugveroveren van zijn gezondheid en de verantwoordelijkheid daarvoor zelf te dragen, verhoogt de waarde van de mens in zo’n mate, dat hij daardoor de ziekte reeds voor de helft uit de uitzichtloosheid van zijn zieke leven bevrijdt.
Men vraagt mij voordurend waar ik die kennis van geneeskruiden vandaan heb. Daar kan ik niet precies op antwoorden. Als kind bracht ik mijn vakantie bij de familie van een houtvester door. Zo kon ik vroegtijdig meeleven met de natuur en ervaren hoe daar alles met elkaar samenhangt. Zo kon ik reeds als kind alle planten herkennen, ik kon ze met naam en toenaam noemen; maar wat zij als geneeskruiden betekenden wist ik toen echter nog niet. Mijn moeder was een enthousiaste Kneipp - volgelinge en deed haar best om ons, haar kinderen dus, naar de natuur, zonder chemische invloeden te doen opgroeien.
Als jong meisje hebben twee gebeurtenissen mij diep getroffen. Een weduwe van 40 jaar, moeder van drie kinderen, leed aan bloedkanker - leukemie - en werd als ongeneesbaar uit het ziekenhuis weggestuurd. De arsten gaven haar nog drie dagen te leven. Haar zus, bekommerd om de kinderen, reed met urine van de zieke naar een kruidenmengster bij Karlsbad. Deze vrouw schrok ervan en meende wat zij zei: »En nu eerst komt gij met water van een dode vrouw!« En toch hielpen haar de kruiden. Tien dagen later vond men in de kliniek geen spoor van leukemie meer!
Een soortgelijk geval kwam terzelfdertijd voor, bij een 38-jarige moeder van vier kinderen. Ook hier was het leukemie en de dokters gaven haar geen hoop meer. Deze vrouw vroeg ook raad aan een kruidenmengster. Zij zette dagelijks een paar liter kruidenthee en telkens als zij er aan voorbij kwam, dronk zij er een flinke slok van. Zij dacht: »AI helpt het mij niet, kwaad kan het ook niet.« Na tien dagen werd zij onderzocht: men vond geen spoor meer van leukemie!
Door deze voorbeelden wordt duidelijk, hoe enorm belangrijk het is om bij ziektes die ongeneeslijk schijnen overdag een grote hoeveelheid thee te drinken. Sinds die tijd stond het voor mij vast dat kruiden zelfs bij kwaadaardige ziektes nog kunnen helpen.
Met Lichtmis 1961 stierf mijn lieve moeder. Van dat ogenblik af voelde ik een zeer sterke drang om de geneeskruiden te leren kennen. Ik beleefde nog andere ervaringen en geleidelijk aan groeide ik met een gerust gemoed in die wereld van de geneeskruiden uit de apotheek van God. Het was alsof een hogere macht mij leidde, vooral de moeder Gods, de machtige hulp der zieken, die mij de zekere weg zou wijzen. Mijn vertrouwen op Haar, de verering en het gebed bij een oud, prachtig Mariabeeld, dat op wonderbaarlijke wijze in mijn bezit kwam, had mij in gevallen waar ik twijfelde iedere keer geholpen.
Daarom streef ik ernaar, de mensen niet alleen naar geneeskruiden en de krachten daarvan te verwijzen, maar vooral naar de almacht van de Schepper in wiens handen ons leven geborgen is en die het bepaalt. Bij Hem zoeken wij hulp en troost, deemoedig en zorgvuldig ook de kruiden uit Zijn apotheek. Hem behoort het toe ons te leiden en te helpen en ons leven te richten naar Zijn wil.
Ten slotte wil ik er de nadruk op leggen, dat ik op alle gebieden al mijn ervaringen in dit herziene en uitgebreide boek heb opgenomen, om mijn medemensen van dienst te zijn. Nu dit alles omvangrijk is geworden, wil ik U het volgende vragen: bel mij niet op, schrijf mij ook geen brieven. Ik heb géén praktijk en sta ook géén bezoeken toe. De zeer nauwkeurige trefwoordenlijst zal U de juiste weg wijzen om de juiste kruiden te gebruiken.
Uw aandacht wil ik vragen voor mijn boek: »Maria Trebens Genezingen« (brieven en berichten over genezingen), dat bij dezelfde uitgever verschenen is. En nog iets: ik heb géén kruidendienst, en neem ook geen kruidenbestellingen aan.
| Grieskirchen, mei 1980 | Maria Treben |
Inhoudsopgave
Voorwoord
ALGEMENE RICHTLIJNEN
Over het juiste oogsten, het bewaren en het toebereiden van geneeskruiden:
Het oogsten en plukken
Drogen
Toebereiden:
Het toebereiden van thee (thee zetten of opgieten – koud aftreksel)
Tinctuur (essentie) – Vers sap
Plantenbrij – Omslagen met heetgest. kruiden (compressen) – Toebereiding van olie en zalf – Kruidenbaden - Volledig bad
Zitbad – Compressen (omslagen) met Zweedse kruiden
DE GENEESKRUIDEN UIT DE APOTHEEK VAN GOD
Agrimonie of Leverkruid
Brandnetel
Daslook
Gele Dovenetel
Duizendblad
Ereprijs
Goudsbloem
Stinkende Gouwe
Guldenroede
Herderstasje
Groot Hoefblad
Klein Hoefblad
Kaasjeskruid
Kalmoes
Kamille
Klaverzuring
Maïs
Maretak
Notenboom of Walnoot
Paardenbloem
Paardenstaart of Heermoes
Salie
Sint-Janskruid
Sleutelbloem
Smeerwortel
Tijm en wilde Tijm
Vrouwenmantel
Walstro of Kleefkruid
Smalle en brede Weegbree
Kleinbloemige Wilgeroosje
Wolfsklauw
Zweedse kruiden (met het »Oude Handschrift« en recept »het kleine Zweedse Bitter«)
Wijn voor het hart (met recept)
Een voortreffelijke Mengthee voor de familie
RAADGEVINGEN VOOR VERSCHILLENDE ZIEKTES
Acne – Slechte adem en beslagen tong
Amputatiepijn (fantoompijn in een geamputeerd lichaamsdeel) – Arthrosis, arthritis, coxarthrosis
Baarmoederverzakking
Beenderverzwakking – Beroerte (om beroerte te voorkomen)
Beroerte met verlamming
Blaasgruis en nierstenen – Verslapping van de blaasspieren
Blindedarmontsteking – Bloederziekte (hemofilie) – Bloedzwam (bloedpolypus)
Eetlustgebrek bij kinderen – Emfyseem – Fijt
Fistels – Galstenen
Gordelroos
Haargroei (gezonde) – Hartkwalen en bloedsomloopstoornissen
Hik – Hooikoorts – Kropvorming – Bevende ledematen
Slecht lerende kinderen – Moeilijkheden met de menstruatie
Misgeboorte (miskraam) – Multiple sclerose
Nagelbedontsteking, broze of kapotte nagels – Oedeem of waterzwelling in de weefsels – Oorpijn veroorzaakt door kou
Parkinsonziekte – Ruggengraatletsels – De »ongeneeslijke« schilferziekte (psoriasis)
Slaap, onrustig slapende kinderen – Spierverslapping
Grijze en groene staar
Suikerziekte (diabetes)
Los tandvlees en losse tanden – Tranen
Verstopping
Voorhuidvernauwing (phimose) – Wondroos
Wormen – Zenuwpijnen in het gezicht
Nachtelijk zweten
RAADGEVINGEN BIJ KWAADAARDIGE ZIEKTES
Alvleesklierziekte – Baarmoeder – en eierstokkenontsteking (vrouwenziektes)
Bloedkanker (leukemie)
Borsten
Botten – en beenderenziektes – Darmziektes
Huidziektes
Leverziektes en levercirrose – Longziektes – Lymfklierenziektes
Maagziektes – Nierziektes
Schildklierontsteking – Strottenhoofdontsteking
Testikelsontsteking – Tongziektes – Tumors (goed– en kwaadaardige gezwellen)
Belangrijke raad
Gekleurde illustraties

Algemene Richtlijnen
Over het juiste oogsten,
het bewaren en het toebereiden
van geneeskruiden
Het oogsten en plukken
Om te kunnen oogsten is het nodig dat we een grondige kennis van geneeskruiden hebben. Als we die kennis bezitten, dan is het belangrijk dat we de kruiden op het juiste moment op de juiste plaats en op de juiste manier gaan oogsten.
De beste geneeskundige resultaten leveren ons, naar onze ervaring, vers geplukte kruiden op. Bij een zware ziekte moeten we absoluut zeker vers geplukte kruiden gebruiken. Verse kruiden kan men in het vroege voorjaar, dikwijls vanaf eind februari tot in november toe, zelf plukken. Sommige vindt men zelfs in de winter onder de sneeuw, als men de plaats nog weet (bv. stinkende gouwe).
Vóór de winter legt men een niet al te grote voorraad gedroogde kruiden aan. Daarom gaan we ze plukken op het ogenblik dat zij het grootste gehalte aan geneeskrachtige stoffen bezitten.
Voor BLOEMEN is dat het begin van de bloeitijd,
voor BLADEREN, voor en gedurende de bloeitijd,
WORTELEN graaft men uit, vroeg in het voorjaar of in de late herfst,
VRUCHTEN oogst men als ze rijp zijn.
Let goed op de volgende raadgevingen: pluk alleen gezonde, zuivere planten, die vrij zijn van ongedierte. De kruiden op zonnige dagen plukken, als ze droog zijn nadat de dauw is opgedroogd.
Velden waar chemische meststoffen op gebruikt werden, weiden en oevers bij vervuild, besmet water, bermen van spoorwegen, en de buurt van druk bereden wegen, snelwegen en industriegebieden zijn geen geschikte vindplaats voor geneeskruiden.
Heb eerbied de voor natuur! (Ruk de planten niet uit met wortel en al, beschadig ze niet!) Sommige planten staan onder natuurbescherming. Er zijn genoeg planten met dezelfde genezende kracht, die niet onder die bescherming staan (bv. aurikel - sleutelbloem).
Bloemen en bladeren niet samendrukken en niet in plastiek-dozen of -zakken doen! Daarin beginnen ze te zweten en worden zwart bij het drogen.
Drogen
Voor het drogen worden de kruiden niet gewassen, maar wel kleingesneden. Wat men verzameld heeft, legt men losjes uiteen op doeken of onbedrukt papier en droogt het zo snel mogelijk in de schaduw of op een luchtige, warme plaats (zolder). Voor wortelen, schors of zeer saprijke plantendelen, is soms kunstmatige warmte nodig. Maar dan mag de temperatuur nooit boven de 35° C gaan. Wortelen die men grondig wast (maretak en wilgeroosje) kan men het beste vóór het drogen fijnsnijden.
Men kan uitsluitend, door- en doordroge kruiden voor de winter bewaren. Daarvoor gebruikt men het beste flessen of kartonnen dozen die men kan sluiten. Men gebruikt geen plastieken of metalen dozen!
Men moet de kruiden ook beschermen tegen het licht en daarom liefst groen gekleurd glas gebruiken. Oogst slechts voor één winter. Na verloop van tijd verliezen de kruiden hun geneeskracht, leder jaar schenkt ons een nieuwe kruidenzegen.
Toebereiden
HET TOEBEREIDEN VAN THEE
Thee zetten of opgieten: De verse kruiden wassen en fijnsnijden. De noodzakelijke hoeveelheid daarvan doet men in een glazen theepot of in een andere niet metalen pot. Men kookt ‘t water, men neemt het van het vuur en giet het over de kruiden. Verse kruiden laat men slechts zeer korte tijd trekken (een halve minuut is voldoende). De thee moet heel helder zijn: helgeel of helgroen. Gedroogde kruiden laat men wat langer trekken (een tot twee minuten). Thee die zo bereid wordt smaakt echt lekkerder en ziet er ook lekker uit.
Wortelen zet men in de gepaste hoeveelheid in koud water op, laat ze kort koken en 3 minuten trekken. Men kan de hoeveelheid thee, die voor de hele dag bestemd is, in een thermosfles doen en volgens de voorschriften overdag slokje voor slokje opdrinken. Over het algemeen moet men 1 opgehoopte theelepel kruiden op ¼ liter water (= 1 kop water) nemen, ofwel de juiste voorschriften volgen die bij iedere plant afzonderlijk genoemd worden.
KOUD AFTREKSEL: Op sommige kruiden (zoals kaasjeskruid, maretak of kalmoes) mag men geen kokend water gieten, omdat ze door de hitte hun geneeskracht kunnen verliezen. Van deze kruiden maakt men koude thee. Men laat de juiste, voorgeschreven hoeveelheid voor elk van deze kruiden 8 tot 12 uur (meestal ‘s nachts) in koud water uitlogen en brengt de thee daarna even op drinktemperatuur. Men bewaart er voor de hele dag een hoeveelheid van in een thermosfles, die men tevoren met heet water uitspoelt. Koud aftreksel met warm water overgieten, is de beste wijze om geneeskruiden te gebruiken: men zet de kruiden ‘s avonds op met de helft van het aangegeven water, ‘s morgens afzitten. Nu de kruiden met het overige (hete) water opgieten en weer ziften. Dan het koude afkooksel bij het hete voegen. Op deze wijze behoudt men de werkzame geneeskrachtige elementen, zowel die alleen in koud water, als die alleen in heet water opgelost worden.
TINKTUUR (ESSENTIE)
Tincturen zijn ook aftreksels, die met 38% tot 40% graan- of fruitbrandewijn worden samengesteld. Men kan een fles of een ander afsluitbaar glas, losjes tot aan de hals toe, met de nodige kruiden vullen en dan met de fruit- of graanbrandewijn opgieten. Laat ze goed afgesloten op een warme plaats (± 20°), 14 dagen of langer staan. Dikwijls schudden, dan ziften en wat overgebleven is uitpersen. Tincturen worden gewoonlijk als druppels in thee verdund genomen, of ook gebruikt voor omslagen en om mee in te wrijven.
VERS SAP
Vers sap van kruiden kan men goed druppelsgewijs innemen, of om zieke lichaamsdelen mee aan te stippen. In de vruchtenpers worden de planten fijngesneden en uitgeperst, waardoor het sap ontstaat. Zulke sappen moeten iedere dag vers gemaakt worden. In kleine flesjes gedaan en goed gekurkt, kan men ze in de koelkast enige maanden goed houden.
PLANTENBRIJ
De daarvoor geschikte planten, worden met een houten deegrol op een plank tot een brij geplet. Deze brij wordt op een linnen doek gedaan die dan op het zieke lichaamsdeel wordt gelegd. Daarover doen we een laag watten, het geheel wordt met een warme doek vastgebonden.
OMSLAGEN MET HEETGESTOOMDE KRUIDEN (COMPRESSEN)
In een ketel brengt men water aan het koken, daarover legt men een zeef, met verse of gedroogde kruiden en dekt deze af. Na enige tijd neemt men de ingeweekte, warme kruiden eruit, doet ze in een licht geweven doek en legt dat op het zieke lichaamsdeel. Daarover legt men een wollen doek en bindt alles vast met doeken of windels. Er mag geen koudegevoel ontstaan. Omslagen met heetgestoomde heermoeskruiden zijn zeer doeltreffend. Heetgestoomde omslagen laat men twee uur of de hele nacht inwerken.
TOEBEREIDING VAN OLIE EN ZALF
De hoeveelheid van vier handen vol kruiden (± 100 gram) worden klein gesneden. 500 Gram varkensreuzel wordt zo hoog verhit, alsof men een schnitzel wil bakken. De kruiden roert men door dit hete vet, kort laten bakken en doorroeren. De pan van het vuur halen, afdekken en de hele nacht laten staan. De volgende dag verwarmen tot het gestolde vet weer vloeibaar wordt en door een linnen doek zeven. De nog warme zalf in potjes gieten.
De toebereiding van olie gaat als volgt: de bloemen of kruiden vult men losjes tot de hals van de fles, hierna koudgeperste olijfolie toevoegen zodat de olie twee vingerbreedten boven de bloemen of kruiden uitkomt. 14 dagen in de zon of in de warmte (b.v. bij de kachel) laten staan.
KRUIDENBADEN
VOLLEDIG BAD: De benodigde kruiden laat men de hele nacht in koud water trekken. Voor één bad heeft men een emmer (6 tot 8 liter) verse kruiden nodig of 200 gram gedroogde kruiden. De volgende dag wordt het geheel verwarmd en voegt men het aftreksel aan het badwater toe. 20 Minuten baden. Het hart moet steeds boven het badwater blijven. Na het bad niet afdrogen, maar met badhanddoek of badmantel in bed één uur blijven uitwasemen.
ZITBAD: Voor een zitbad heeft men slechts een halve emmer verse of 100 gram gedroogde kruiden nodig. Zie: toebereiding volledig bad. Het badwater moet tot over de nieren reiken. Altijd op de gebruiksaanwijzingen bij de verschillende kruiden letten!
Opgewarmd kan het badwater zowel voor het ligbad als voor het zitbad nog tweemaal gebruikt worden.
COMPRESSEN (OMSLAGEN) MET ZWEEDSE KRUIDEN
Al naar gelang het zieke lichaamsdeel, neemt men een klein of een groot stuk watten of celstof, bevochtigt die met druppels van de Zweedse kruiden en legt die op het zieke lichaamsdeel dat van tevoren in ieder geval met varkensvet of goudsbloemzalf moet zijn ingewreven, want de alcohol mag het vet niet onttrekken aan de huid. Daarover kan men dan een iets groter stuk plastiek leggen om het ondergoed schoon te houden, en dan eerst bindt men er een warme doek over. Al naargelang de ziekte, laat men zo’n omslag twee tot vier uur inwerken. Als de zieke het kan verdragen kan hij de omslag ook ‘s nachts aanhouden. Na het wegnemen van de omslag wordt de huid met talk bepoederd. Indien bij gevoelige personen toch huidreacties ontstaan, dan moet de omslag eerder worden weggenomen, of moet men er zelfs enige tijd mee ophouden. Bij allergische personen kan men het stuk plastiek weglaten en doeken over de omslag binden. In geen geval mag men vergeten de huid in te vetten, voordat men de omslagen er omheen doet! Indien het gaat jeuken; met goudsbloemzalf inwrijven.
Men hoeft voor deze omslagen niet per se in bed te blijven. Als ze goed zijn bevestigd, kan men ermee in huis zitten of lopen.

De geneeskruiden uit de apotheek van God

Agrimonie of leverkruid
(Agrimonia eupatoria)
In het Duits noemt men dit kruid ook »Königskraut«, wat aanduidt dat wij hier met een hooggewaardeerd kruid te maken hebben. Agrimonie groeit op zonnige, droge plaatsen aan de rand van wegen, bossen en velden, op hellingen, heuvels en bergwanden, in licht beboste streken en bij puin. De kleine trosvormige gele bloemen vormen, zoals bij de koningskaars (Verbascum thapsus), één lange tros. De hele plant is zacht behaard, de grote bladeren worden tot 10 cm. lang en zijn veder-vormig. De plant wordt ± 80 cm. hoog en behoort tot de familie van de vrouwenmantel. Men oogst het bloeiend kruid tijdens de bloeitijd van juni tot augustus. De geschiedenis van dit geneeskruid reikt, zoals die van vele andere, tot ver in het verleden. Reeds de Egyptenaren kenden het. Agrimonie bezit grote geneeskracht tegen alle ontstekingen in de mond, de mondholte en de keel. Aan dit kruid moet men denken bij angina, keelziektes, bedorven mond en ontstoken slijmhuid van de mond. Mensen die wegens hun beroep veel moeten spreken of zingen, zouden uit voorzorg elke dag met agrimoniethee moeten gorgelen.
De bladeren werken uitstekend bij bloedarmoede en wonden en worden ook bij reuma, spit (verschot), ontregelde spijsvertering, leververharding, leververstopping en miltziektes met een goed resultaat gebruikt. Men kan er dagelijks 2 koppen thee van drinken.
Een ieder zou de moeite moeten doen een of tweemaal per jaar een kruidenbad met toevoeging van agrimonieaftreksel te nemen. (Zie: Gebruiksaanwijzing.) Kinderen die aan klierziektes lijden, zouden elke dag zo een bad moeten nemen.
Agrimonie behoort door zijn samentrekkende werking en heilzame bestanddelen tot onze beste geneeskruiden. Dr. Schierbaum zegt: »Driemaal daags een kop thee geneest hart-, maag-, darm- en longvergroting, ook nog nier- en blaasziektes, als men dit middel een tijdlang gebruikt.« Bij spataderen en heup-gewrichtsontsteking is ‘t gebruik van agrimoniezalf aan te bevelen. (Zie: Gebruiksaanwijzing.) Het is net als de goudsbloemzalf een uitstekend middel.
Bij leverziekte neemt men een mengthee van 100 gram walstro (kleefkruid), 100 gram Onze-Lieve-Vrouwebedstro en 100 gram agrimonie. Aanbevolen wordt dagelijks op de nuchtere maag één kop thee te nemen en gedurende de dag in slokjes in het totaal 2 koppen te drinken.
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 theelepel kruid op ¼ l water, opgieten, kort laten trekken.
KRUIDENBAD: 200 gr. kruiden voor een volledig bad. (Zie: Algemene Richtlijnen: Volledig bad.)
MENGTHEE TEGEN LEVERZIEKTES: Agrimonie, walstro (kleefkruid) en Onze-Lieve-Vrouwebedstro worden in gelijke hoeveelheden gemengd. 1 Opgehoopte theelepel voor ¼ l water, opgieten, kort laten trekken.
ZALFBEREIDING: Twee maal een handvol fijngesneden bladeren, bloemen en stengels op 250 gr. varkensvet. (Zie: Algemene Richtlijnen: Zalfbereidingen.)

Brandnetel
(Urtica dioica)
Een geneesheer noemde in een radiotoespraak de brandnetel een van de beste geneesplanten die wij hebben. Als de mensen wisten hoe geneeskrachtig die is, zouden zij alleen nog maar netels verbouwen. Maar helaas, weinig mensen weten dat.
De brandnetel is van zijn wortel tot in zijn stengel, in blad en bloem geneeskrachtig. Reeds in vroegere tijden stond hij hoog in aanzien. Albrecht Dürer (1471 tot 1528) heeft eens een engel geschilderd, die met een brandnetel in de hand naar de troon van de Allerhoogste omhoog vliegt. De Zwiterse pastoor Künzle wijst er in zijn boeken op dat de brandnetel al lang zou uitgeroeid zijn als zijn brandende stekels hem niet beschermden. Insekten en ongedierte zouden hem al lang hebben doen verdwijnen.
Ik kende eens een moeder van zeven kinderen, die sinds de geboorte van haar laatste kind voortdurend door eczeem geplaagd werd, ik raadde haar aan brandnetelthee te drinken. Na korte tijd was zij ervan verlost en bovendien ook van de hoofdpijn waaraan zij sinds dezelfde tijd ook leed.
Omdat de brandnetel bij nier- en watergruisvorming helpt en omdat ik dan ook meende dat bij deze vrouw bij haar laatste bevalling, de werking van de nieren gestoord was geraakt, raadde ik haar deze thee aan. Met nierziektes gaat dikwijls sterke hoofdpijn gepaard. Na korte tijd was zowel haar eczeem als haar hoofdpijn verdwenen. Daar eczeem meestal van binnenuit veroorzaakt wordt, moet men deze ook van binnenuit met bloedzuiverende thee behandelen.
Brandnetel is het beste bloedreinigende en bloedvormende geneeskruid.Terwijl hij goede invloed heeft op de buikspeekselklieren, doet de brandnetelthee ook het suikergehalte in het bloed verminderen; ziektes en ontstekingen van de urinewegen en zieke urinevorming geneest hij ook. En daar hij tevens de stoelgang bevordert is hij bijzonder aan te bevelen voor de bloedzuiverende kuur in de lente.
Sinds ik weet hoe geneeskrachtig de brandnetel is, heb ik de gewoonte aangenomen, in het voorjaar met de jonge scheuten en in de herfst na ‘t laatste nagras, als de jonge scheuten weer overal opkomen, telkens vier weken lang daarmee een theekuur te doen. Ik drink er ‘s morgens een half uur voor mijn ontbijt een kop van, gedurende de dag nog eens sloksgewijs twee koppen. Ook vóór het ontbijt moet men die thee sloksgewijs drinken om zijn goede werking te versterken. Na zo’n theekuur voel ik mij uitstekend en heb ik telkens het gevoel driemaal meer te kunnen doen dan anders. Mijn gezin en ikzelf gebruiken sinds jaren geen medicijnen en ik voel mij lenig en jong. Die thee smaakt overigens niet slecht. Wij drinken hem zonder suiker. Gevoelige mensen mogen er wel wat kamille of pepermunt bijdoen, om de smaak te verbeteren. In de volksgeneeskunde wordt brandnetelthee wekenlang voorgeschreven tegen lever- en galkwalen, miltziektes, zelfs tegen milttumor, tegen slijmvorming in de maag of in de ademhalingsorganen, maagkrampen en maagzweren, darmzweren en longziektes. Om de waardevolle geneeskrachtige stoffen te behouden, wordt de thee slechts opgegoten. Uit voorzorg kan men het hele jaar door dagelijks een kop brandnetelthee drinken. Ook bij besmettelijke virusziektes en bakteriën-verspreiding is deze thee een goed hulpmiddel.
Vanaf ‘n zekere leeftijd vermindert het ijzergehalte in ons lichaam. Daardoor ontstaat vermoeidheid en een gevoel van uitputting, men voelt zich minder goed in staat om te werken. In zulke gevallen kan men brandnetelthee met goed gevolg aanwenden. Deze thee zorgt ervoor dat men zijn dieptepunt kan overwinnen. Na een brandnetelkuur voelt men zich relatief gauw weer lichamelijk beter. Krachten en werklust komen terug. En ook uiterlijk fleurt men zichtbaar op.
Eens kwam een jonge vrouw bij mij na haar vakantiereis, bloedarm, ziek aan maag en gal. Voortdurend had zij hevige hoofdpijn. Ik ried haar brandnetelthee aan. Enige tijd later zag ik haar toevallig terug. Overgelukkig vertelde zij mij hoe snel brandnetelthee haar had geholpen. Heel haar familie was eveneens brandnetelthee gaan gebruiken.
Bij waterzucht helpt brandnetel door veel water af te drijven. En door zijn bloedvormende krachten verhelpt hij bleekzucht, bloedarmoede, anemie en andere zware bloedziektes. Samen met andere geneeskruiden wordt ook de brandnetel bij leukemie of bloedkanker gebruikt (zie: leukemie).
Lijdt men aan allergie (zoals b.v. hooikoorts) dan moet men lange tijd brandnetelthee drinken.
Brandnetel vermindert de vatbaarheid voor verkoudheid en helpt reuma- en jichtlijders. Een dame uit Eichstadt was drie jaar lang in behandeling bij een arts voor pijnlijke ischias. Na een half jaar was zij, na zes volledige baden met telkens 200 gram brandnetelkruid alle pijn kwijt.
Enige tijd geleden leerde ik een ongeveer vijftigjarige dame kennen, die in verband met haar dunne haargroei een pruik moest dragen. Daardoor zou weldra haar laatste haarwortel volledig afgestorven zijn. Ik raadde haar aan haar hoofd te wassen met aftreksel van verse netelen en bovendien nog met het aftreksel van brandnetelwortels. Zij volgde mijn raad op en van week tot week kon men zien hoe het haar weer herleefde en groeide. Brandneteltinctuur is bijzonder gezond voor elke haardos. Deze tinctuur kan men zelf gemakkelijk maken met brandnetelwortels die men in de herfst of de lente uitgraaft. (Zie: Gebruiksaanwijzing en Haarwassen; ook Brandneteltinctuur.) Ikzelf masseer de huid van mijn hoofd elke dag met deze tinctuur; zelfs als ik op reis ben en voordrachten geef neem ik het mee. Het resultaat is duidelijk zichtbaar: geen roos (haarpelletjes), het haar is zeer los, dicht, zacht en mooi glanzend.
Ook bij adervernauwing (rokersbeen) brengt de brandnetel uitstekende hulp. Veel mensen die daar aan lijden, zouden het amputeren van een been kunnen voorkomen indien zij tijdig brandnetelvoetbaden zouden nemen. (Zie: Gebruiksaanwijzing.) Elke kramp, waar vandaan die ook komt, heeft met een storing van de bloedsomloop te maken: In dat geval is wassen en baden met brandnetelaftreksel aan te bevelen. Dat geldt ook voor kroonslagadervernauwing. Men buigt het bovenlichaam over de badkuip, wast de hartstreek met brandnetelafkooksel terwijl men die terzelfdertijd lichtjes masseert.
Een 51-jarige vrouw uit Beieren leed al 28 jaar aan een fistel en dat veroorzaakte haar niet te beschrijven moeilijkheden. De professor die erbij geroepen werd, achtte een operatie bedenkelijk, omdat de fistel in het gezicht dichtbij het jukbeen zat. In 1978 wendde deze ongelukkige vrouw zich tot een genezer die voor haar veel begrip opbracht. Hij schreef rauwkost voor, gezondheidsademhaling en psychokyber-netiek. Haar lot werd draaglijker, maar zij genas niet. In maart 1979 begon zij met de eerste verse netelen te verzamelen en dronk elke dag drie koppen thee met telkens een theelepel Zweedse kruiden erbij. Zij schrijft: »Na welgeteld 14 dagen was de fistel in mijn wang dichtgegroeid en waren alle pijnen voorbij. En zo is het gebleven.« (28.11.1979.)
Met genoegen verneem ik telkens opnieuw hoeveel mensen de geneeskracht van de brandnetel aan hun eigen lichaam ervaren hebben. Zo schreef mij onlangs een vrouw dat zij maandenlang elke dag brandnetelthee dronk en dat zij niet alleen ondanks zware dagelijkse arbeid alle uitputtingen en vermoeidheid kwijt was, maar dat ook een etterende eksteroog verdwenen was (de pijn straalde tot in haar heup toe) die zij wegens het overmatige werk niet had kunnen laten verzorgen. Dat gebeurde ook met nagelschimmel, zij had er niet toe kunnen besluiten deze operatief te laten wegnemen. Inderdaad, zo helpt de goede bloedzuiverende en bloedvormende brandnetel, die ik niet genoeg aanbevelen kan. Een andere vrouw schreef mij dat zij door de brandnetel van een jarenlang zeer kwellend eczeem genezen werd. Zulke brieven zijn lichtpunten in mijn leven. Ze laten mij zien dat onze goede geneeskruiden te vertrouwen zijn en helpen waar ze ook gebruikt mogen worden.
Ooit kwam een huilende, oude man bij mij. Drie jaar geleden kreeg hij griep. Sindsdien was zijn urine donkerbruin en had hij ondraagelijke hoofdpijn. Geen tabletten en geen injecties (zelfs in zijn hoofd!), die men hem voorschreef, hielpen hem. Integendeel, de hoofdpijn verergerde voortdurend; hij dacht onophoudelijk aan zelfmoord. Ik sprak hem moed in en heb hem verse brandnetels aangeraden. Hij moest 2½ liter brandnetelthee drinken, verdeeld over de hele dag. Na vier dagen telefoneerde hij met mij en zei, dat zijn hoofdpijn helemaal verdwenen was. Wat later liet hij mij door zijn vrouw meedelen dat hij zich net zo gezond voelde als vóór de griep. Gebruik ook de jonge brandnetelscheuten vooral in de lente en doe er een ontgiftingskuur mee. U zult verbaasd staan over de goede werking!
Een zuster van de H. Elisabeth te Klagenfurt volgde mijn raad en was verbaasd over het resultaat. Vlekken op de buiken in de lendenstreekdie niet wilden genezen en die met sterke jeuk gepaard gingen, werden door brandnetelthee en een leverdieet na korte tijd genezen. Bij een soortgelijke kwaal had brandnetelthee haar snel geholpen.
Uit een brief uit Dellach in Karinthië, neem ik volgende zinnen; »Een hartelijk: God lone ‘t U! God lone ‘t U! voor de onschatbare hulp die mij door uw raad te beurt viel. Tijdens mijn 19-jarige ziekte, verbleef ik in Oostenrijk in verschillende zenuwinrichtingen. Geen enkele arts kon zeggen wat er aan mij eigenlijk scheelde, laat staan mij helpen. Ik heb een week lang brandnetelthee gedronken en als een wonder verdween die ziekte alsof ik ze nooit gehad had.« Uit de genoemde feiten ziet men hoe vlug kruiden genezing kunnen brengen. Weliswaar helpt één kop per dag niet, bij zware ziekte moet men minstens twee liter sloksgewijs, verspreid over de hele dag, drinken.
Een verkoopster deelde mij mee, dat zij op haar reizen steeds brandnetelthee in haar thermosfles meenam. Zij zweert bij de goede hulp ervan. Hij lest niet alleen haar dorst, maar maakt haar fit en zij is nooit meer moe!
Nog een bijzondere raad: bij ischias, spit, zenuwontsteking in armen of benen, strijkt men met een verse brandnetel lichtjes over de pijnlijke lichaamsdelen. Bij ischias bestrijkt men de benen, beginnen bij de enkel, aan de buitenzijde, langzaam tot aan de heup en vandaar over de binnenzijde van het been tot aan de wreef. Dat herhaalt men nog twee maal en tenslotte strijkt men van de heup tot onder het zitvlak. Men kan dat ook zo doen met andere zieke ledematen, daarna moet men die ledematen met talkpoeder bepoederen.
Moeten wij God niet danken voor de gunst zulke wonderbare geneesplant te bezitten? In onze jachtige tijd lopen wij deze achteloos voorbij en grijpen wij liever naar pijnstillende middelen, die dan overdadig genomen worden. Maar echt helpen kunnen onze goede, helaas vergeten geneeskruiden ons veel beter.
Ten slotte wil ik hier nog een ervaring aan toevoegen, die op mij een sterke indruk heeft gemaakt. In onze kleine stad leerde ik een oude vrouw kennen die mij vertelde dat haar dokter bij haar sterk woekerende maagkanker had vastgesteld, maar omdat zij al zo oud was, kon zij er niet toe besluiten zich nog te laten opereren. Iemand adviseerde haar brandnetelthee te drinken. Elke dag ging zij de tuin in waar langs de heg brandnetels woekerden en bracht er telkens een handvol van mee. Toen zij einige tijd later haar geneesheer opzocht vroeg die verbaasd: »Ja, hebt u toch laten opereren? Maar ik zie geen litteken!«
De woekerende kanker was volledig verdwenen en die vrouw kon nog van een gezonde levensavond genieten. Wij mogen het echter niet zover laten komen. Nooit kan er een kwaadaardig gezwel ontstaan als wij de brandnetel niet alleen hoogachten, maar ook regelmatig zijn wonderbare kracht in ons lichaam door de thee laten inwerken.
Nog een goede raad: begin nog vandaag met een brandnetelkuur. Gedroogde brandnetels zijn in elke apotheek of kruidenhandel te verkrijgen. Haal onze geneeskruiden weer in huis. En trek er in de lente met schaar en handschoenen in Gods vrije natuur op uit. Het is ‘n grote vreugde om onder Gods vrije hemel zelf brandnetels te plukken. Hoe verser zij gebruikt worden, hoe beter zij werken, dat leert de ervaring. Denk ook aan een voorraad voor de winter, hiervoor kunt u het beste de meibrandnetel plukken. Wees blij dat u zelf iets kunt doen voor uw gezondheid!
Een lezer uit Westfalen schrijft: »Mijn buurman gebruikt brandnetels om ongedierte en onkruid te verdelgen. Hij doet heel veel brandnetels in een ton van wel 300 liter (men kan het ook met minder doen) en laat de brandnetels geruime tijd in ‘t water uitlogen. Met dat brandnetelwater besproeit hij telkens opnieuw al zijn planten en houdt ze zo zonder chemische middelen vrij van ongedierte. Ook in wortels komen er op deze manier geen wormen meer voor!«
Als u nog meer wilt weten over de resultaten van brandnetelgebruik lees dan ook het boek: »Maria Trebens Genezingen«. Verschenen bij de uitgeverij Ennsthaler, 4400 Steyr, Oostenrijk.
Van de andere kant gaan vandaag de dag veel landbouwers ertoe over, om brandnetels die in nog niet besmette bossen of weilanden ver weg van snelwegen groeien, met chemische onkruidverdelgers te bespuiten, net dié brandnetels die nog schoon en zuiver, door het milieu nog niet vervuild zijn! Aldus komen de ook voor mensen schadelijke giften zelfs tot in de zuiverste bossen voor. Dat daardoor ook vogels en insecten vernietigd worden, daar denken zij niet aan. De meeste boeren gunnen zich niet meer de tijd om de brandnetels nog met een zeis af te maaien. Hoe blind zijn wij mensen toch geworden!
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 overvolle theelepel kruid voor ¼ l. kokend water, opgieten en kort laten trekken.
BRANDNETELTINCTUUR: In de lente of de herfst worden de uitgegraven brandnetelwortels met een borstel gereinigd en fijngesneden; men vult er een fles mee. Daarover giet men graanjenever van 38% tot 40% en laat 't 14 dagen op een warme plaats trekken.
VOETBADEN: Telkens twee handen vol goed gewassen en uitgeborstelde wortels en verse brandnetels met stengels en bladeren 's nachts in 5 l. water opzetten en de volgende dag tot tegen het kookpunt brengen. Daarin gedurende 20 minuten zo warm als men verdragen kan de voeten baden. De brandnetels blijven in het water tijdens dit voetbad. Hetzelfde voetbad kan men nog 2 tot 3 maal, telkens weer opgewarmd, gebruiken.
HAARWASSING: 4 tot 5 maal twee handen vol gedroogde brandnetels worden in een pot van 5 l. koud water opgezet en met een kleine vlam langzaam aan het koken gebracht. Dan 5 min. laten trekken. Als men
de brandnetelwortel gebruikt zet men er twee handen vol 's nachts in koud water van op, brengt het de volgende dag aan het koken en laat het 10 min. trekken. Bij deze manier van haarwassen moet groene zeep gebruikt worden.

Daslook
(Allium ursinum)
Elke lente brengt nieuwe hoop op zonneschijn en warmte. Innerlijk zijn wij weer blij en opgeruimd. Wij zijn blij om het eerste groen en de jubelende vogels en ervaren dat alles met een dankbaar hart als een geschenk van onze Schepper. Bij het zien van deze groene weelde zouden wij een lente-kuur moeten nemen; een bloedzuiverende kuur moeten doen om de afvalstoffen uit te drijven en ons lichaam een gezondmakende en een niet te versmaden opfrissing te geven.
In het bijzonder het daslook, ook wilde knoflook genoemd, dat tot de eerste lenteboden behoort. Zijn helgroene, lancetvormige glanzende bladeren, die op meiklokjes lijken komen uit een langwerpige knol die met witte doorschijnende velletjes omgeven is. De gladde helgroene stengel met zijn witte bloesemtros kan ± 30 cm. hoog worden. Daslook groeit uitsluitend op humusrijke, vochtige weiden, in schaduwrijke en vochtige dalen, onder kreupelhout, in loof- en bergbossen. Men ruikt zijn sterke knoflookgeur nog voor men de plant te zien krijgt. Deze geur heeft het ook de naam van »wilde knoflook« bezorgd en belet ons daardoor het te verwarren met bladeren van de meiklokjes en zeer zeker met de giftige herfsttijloos.
Heel vroeg in het voorjaar zijn veel vochtige loofbossen bedekt met de groene bladeren van het daslook. Zij komen in april en mei, dikwijls nog vroeger, uit de grond. Maar de bloesems zijn pas vanaf half mei tot juni te zien. Geweldige geneeskrachten sluimeren in het daslook en men zegt dat zelfs beren na hun winterslaap er naar op zoek gaan, om er hun maag, darm en bloed mee te reinigen. Daslook heeft bijna dezelfde eigenschappen als onze knoflook, maar het is nog geneeskrachtiger. Het is bijzonder geschikt voor een zuiveringskuur in de lente en ‘t helpt chronische huidziektes te bestrijden.
Omdat de bladeren bij het drogen hun geneeskracht verliezen, worden zij voor de bloedreinigende lentekuur vers gebruikt. Men snijdt ze fijn en strooit ze op de gesmeerde boterham, men hakt ze fijn en doet ze (ongekookt) bij de soep, op de aardappelen, en bij andere spijzen waarvan men anders de smaak met peterselie verbetert. Men kan deze bladeren ook als spinazie of als sla gebruiken. Als men er wat te veel van gebruikt kunnen ze een bijtende smaak veroorzaken en men zou ze dan met brandnetels moeten mengen.
Men plukt de bladeren van april tot mei, nog vóór de bloei, de ajuintjes in de late zomer en de herfst. Daslookknolletjes kan men net als knoflook gebruiken. Mensen met een gevoelige maag doen er goed aan bladeren en knolletjes fijngesneden, twee tot drie uur in warme melk te laten trekken en dan die melk met kleine slokjes op te drinken.
Om heel het jaar daslook in huis te hebben kan men daslookgeest maken. (Zie: Algemene Richtlijnen.) Daarvan neemt men elke dag 10 tot 12 druppels met water. Zulke druppels verhelderen het geheugen, voorkomen aderverkalking en weren vele andere kwalen.
Daslook werkt gunstig op de maag en darmen. Zowel bij akute en chronische diarree, ook als deze met gasvorming en kolieken gepaard gaat, is daslook goed, ook bij verstopping indien die door innerlijke verkramping of verslapping van de darmen veroorzaakt wordt. Wormen, zelfs spoelwormen verdwijnen na enige tijd door het gebruik van daslook. Door verbeterde darmwerking verdwijnen ook kwalen, die dikwijls bij oude mensen voorkomen of door overdadig eten, door luie darmen of overladen maag veroorzaakt worden. Hartstoringen, slapeloosheid die door de maag veroorzaakt wordt, maar ook kwalen die door aderverkalking of hoge bloeddruk veroorzaakt worden, zoals b.v. duizeligheid, zwaar hoofd, of benauwdheid. De te hoge bloeddruk vermindert langzaam aan. Daslookwijn (zie: Algemene Richtlijnen) is voor alle mensen met chronische bronchitis en de daarmee in verband staande moeilijkheden bij het ademhalen een geweldig geneesmiddel. Zelfs bij vaste hoest laat hij het slijm in de borst los komen en verdrijft ademnood. Ook bij long- en waterzucht, waar oude mensen dikwijls aan lijden, is dit middel zeer aan te bevelen. Bladeren vers gebruikt, reinigen de nieren en de blaas en bevorderen de urineafscheiding. Moeilijk genezende wonden met vers looksap ingewreven, genezen vlug. Zelfs zieke kroonslag-aders vinden er beterschap bij.
Daslook is een nooit hoog genoeg geprezen bloedreinigend middel dat vooral bij chronisch onreine huid goed helpt. De Zwitserse natuurgeneesheer kruidenpastoor Künzle prees de plant als volgt: »Zij reinigt heel het lichaam, drijft zieke, vastzittende stoffen uit, maakt bloed gezond, verdrijft en vernietigt giftige stoffen. Sukkelende mensen met huiduitslag, bleke gezichten, kliergezwellen en reuma zouden daslook als goud moeten waarderen. Geen kruid ter wereld is zo werkzaam om maag, darmen en bloed te reinigen. Jonge mensen zouden opbloeien als rozenhagen in de zon, en groeien als dennenscheuten.« Künzle zegt verder dat hij gezinnen kent: »Die vroeger het hele jaar door ziek en vol uitslag en korsten waren, met knobbels over het hele lichaam, zo bleek zagen alsof zij uit hun graf door de kippen blootgescharreld waren, en die na een langer gebruik van deze heerlijke gave Gods er weer helemaal gezond en fleurig uitzagen.«
GEBRUIKSAANWIJZING
ALS KEUKENKRUID: Verse daslookbladeren worden zoals bieslook of peterselie fijngesneden en op het brood, in de soep, in saus, in sla of op vleesspijzen gestrooid.
DASLOOKGEEST: Fijngesneden bladeren of knolletjes losjes vullen in een fles, daar 38% tot 40% graanjenever over gieten, 14 dagen in de zon of bij de haard laten trekken. Vier maal daags 10 tot 15 druppels in water gebruiken.
DASLOOKWIJN: Neem een handvol fijngesneden bladeren, kook die eventjes in ¼ l. witte wijn, zoet naar smaak met honing of siroop en drink deze wijn overdag langzaam slokje voor slokje.

Gele dovenetel
(Lamium galeobdolon)
Deze plant groeit in vochtige bossen, langs sloten, onder struikgewas, aan hagen en kanten, op stortplaatsen en schaduwrijke plaatsen, overal waar ook de brandnetel groeit. Hij bloeit in april en mei en in het gebergte ook later. Uit de overblijvende wortel schieten stengels op van maximaal 50 cm. hoogte, met kruisgewijs tegenover elkaar staande, eivormige, ingekerfde bladeren. De bloesems staan in trosjes in de oksels van de bladeren.
De witte dovenetel vindt men als onkruid op de wegen, op stortplaatsen en bermen. Thee van witte dovenetel helpt bij kwalen in de onderbuik en men-struatiemoeilijkheden, indien men er overdag twee kopjes van drinkt. Hij werkt ook bloedzuiverend, helpt tegen slapeloosheid, door zenuwachtigheid veroorzaakt, en is een probaat middel tegen alle mogelijke vrouwenziektes. Vrouwen die met moeilijkheden in hun onderbuik sukkelen en ook jonge meisjes zullen deze thee zeer kunnen waarderen.
Bloesems en bladeren van de gele dovenetel worden voor dezelfde ziektes gebruikt; vooral slechte urinelozing, brandend gevoel en moeilijkheden bij het urineren, zware nierziektes en waterdrang naar het hart. De bloemen worden gebruikt bij stoornissen in de spijsvertering bij scrofulose en huiduitslag. Men drinkt daartegen een beker thee in de voormiddag. Omslagen van deze thee helpen bij zweren en spataderen.
De gele dovenetel mag bij verlamming van de blaas bij oudere mensen aanbevolen worden, en verder ook nog bij blaasontsteking en nierontsteking. Een zitbad met een aftreksel van de gele dovenetel toegevoegd, is bijzonder aangenaam.
Bij ongeneeselijke nierverschrompeling en nierspoeling en ook bij aansluiting op een kunstnier levert gele dovenetel, in gelijke delen met kleefkruid (walstro) en guldenroede vermengd, goede resultaten.
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 overvolle theelepel kruid op ¼ l. water, opgieten en kort laten trekken.
OMSLAGEN: 3 opgehoopte theelepels kruid op ½ l. water, opgieten en kort laten trekken. Met het aftreksel doeken bevochtigen en warme omslagen geven.
ZITBADTOEVOEGSEL: Zie: Algemene Richtlijnen: Zitbaden (de gehele plant gebruiken).
MENGTHEE: Gele dovenetel, kleefkruid, en guldenroede in gelijke delen mengen, 1 overvolle theelepel kruiden op ¼ l. water. Opgieten.

Duizendblad
(Achillea millefolium)
Duizendblad is als geneeskruid uit ons leven niet meer weg te denken. Weliswaar is het duizendblad een goede helper bij alle mogelijke ziektes, op de eerste plaats echter is het duizendblad een geneeskruid voor vrouwen. Ik kan vrouwen niet genoeg het duizendblad aanbevelen. Pastoor Kneipp zegt in een van zijn werken: »Veel leed zou onze vrouwen bespaard blijven als zij duizendblad zouden gaan gebruiken.« Of het nu om een jong meisje gaat dat onregelmatige menstruatie krijgt, of een vrouw die in de overgangsleeftijd (climacterium, »keren der jaren«) verkeert of die periode al achter de rug heeft; voor elke vrouw, jong of oud, is het van belang telkens nog eens een kopje duizendbladthee te drinken. In ieder geval beinvloedt duizendblad het onderlichaam van vrouwen zéér positief, zodat zij als zij wandelen gaat, door bos of park niets beters kan doen, dan een bosje vers duizendblad te plukken. Duizendblad groeit in overvloed op weiden, smalle veld-weggetjes en wegen, aan de rand van graanvelden enz. Het draagt witte of rozerode bloemen en ruikt wrang aromatisch in de zon. In elk geval moet men de bloemen bij sterke zonnenschijn plukken, omdat dan het gehalte aan vluchtige olie, dus ook de geneeskracht het hoogste is.
Ik ken een jonge huisvrouw, tegen wie plotseling gezegd werd, dat zij kanker in de onderbuik had. Zij kreeg reeds kobaltbestralingen. Haar familie kreeg van de artsen de vreselijke meedeling te horen, dat zij ongeneesbaar ziek was. Ik dacht aan de raad van pastoor Kneipp bij vrouwenziektes in het onderlichaam, en raadde die jonge vrouw aan duizendbladthee te drinken, zoveel zij verdragen kon. Hoe verheugd was ik toen ik nog geen drie weken later bericht kreeg, dat het zeer goed met haar ging en dat zij langzaam maar zeker haar normale gewicht terugkreeg.
Bij eierstokkenontsteking gaan de pijnen dikwijls al met het eerste duizendbladzitbad weg, geleidelijk verdwijnt ook de ontsteking. Even afdoende zijn zulke baden bij in bed plassen van oudere mensen en kinderen, en bij witte vloed. In zulke gevallen moet men bovendien elke dag nog twee koppen duizendbladthee drinken.
Bij baarmoederverzakking neemt men eveneens lange tijd duizendbladzitbaden en drinkt men bovendien vier koppen vrouwenmantelthee en men masseert het onderlichaam met spiersterkende herderstasjestinctuur, in opwaartse richting van de schede.
Myome, of gezwellen in zachte weefsels en spieren, verdwijnen indien men elke dag duizendbladzitbaden neemt, een hele tijd lang, totdat ‘n geneeskundig onderzoek uitwijst dat het gezwel verdwenen is.
Een jong meisje, 19 jaar oud, kreeg haar maandelijkse menstruatieperiode niet. De vrouwenspecialist schreef haar pillen voor. De menstruatie kwam echter niet, maar de borsten van het meisje begonnen afzichtelijk te zwellen. Toen weigerde zij die pillen nog verder te gebruiken. Haar moeder kwam bij mij haar nood klagen. Ik zei haar, dat het meisje elke ochtend, op haar nuchtere maag, een kop duizendbladthee moest drinken. Na vier weken was alles, tot op de dag van vandaag, in orde. Ik herinner mij nog zo’n geval dat, toen niets meer hielp, een geval voor de zenuwinrichting werd. Maar toen kende ik de heilzame werking van de geneeskruiden nog niet.
Ook bij het climacterium (overgangsleeftijd) zou een vrouw steeds duizendbladthee moeten drinken. Dan zouden haar alle innerlijke onrust en andere vervelende toestanden bespaard blijven. Ook duizend-bladzitbaden zijn dan uitstekend voor haar gezondheid. Bij ontsteking van de zenuwen aan armen en benen, doen voet- en armbaden met toevoeging van duizendbladaftreksel veel goeds. Maar, het duizendblad moet dan tijdens de middagzon geplukt worden. Meestal helpt het vanaf de eerste keer en neemt dan alle pijnen weg.
Ook Dr. Lutze beveelt duizendbladthee aan »bij bloeddrang naar het hoofd die gepaard gaat met zulke hevige pijnen, alsof de schedel zou barsten; eveneens tegen duizeligheid, misselijkheid, oogpijn met tranenvloed, stekende pijnen in het oog, en neusbloeden …« Een aanval van migraine veroorzaakt door verandering van weer, of door zuidenwind, gaat dikwijls reeds met één beker duizendbladthee over, als deze zeer heet en slokje voor slokje gedronken wordt. Door het regelmatig gebruik van duizendbladthee kan migraine helemaal verdwijnen.
Omdat men in oude kruidenboeken duizendblad »het geneesmiddel voor alle kwalen noemt«, mag men het zeker ook in gevallen waar »alles boter aan de galg« is gebruiken. Het zal door zijn bloedreinigende kracht zelfs menige ziekte uit het lichaam verdrijven, die er zich sinds jaren in genesteld had. Men kan het in ieder geval eens proberen.
Misschien is het ook niet algemeen bekend dat duizendblad ook goed werkt op het beendermerg en daarin de bloedvorming bevordert. Daardoor helpt het bij beendermergziektes, ook als andere geneesmiddelen faalden; zelfs bij beeneter (beentuberculose) indien men daartegen de theekuur, baden en massage met duizendbladtinctuur aanwendt. Duizendblad is ook een goed bloedstillend middel bij bloedspuwing en kan samen met kalmoeswortel longkanker genezen. Men kauwt de kalmoeswortel overdag, ‘s morgens en ‘s avonds drinkt men in slokjes telkens een kop duizendbladthee. Bij maagbloedingen en sterk bloedende aambeien, evenals bij brandende en gespannen maag helpt deze thee zeer vlug. Bij verkoudheid, rugpijn, reumapijn moet men zo heet mogelijk veel duizendbladthee drinken. Duizendbladthee laat de nieren regelmatig werken, doet de eetlust terugkeren, lost winden en oprispingen op, laat maagkrampen ophouden, geneest ontstoken lever, maag- en darmkanaal, versterkt de werking van de darmen en zorgt aldus voor regelmatige stoelgang. Aangezien duizendblad ook gunstig werkt tegen stoornissen in de bloedsomloop en kramp in de bloedvaten, kan men hem bij angina pectoris zeer goed aanbevelen.
Lastige jeuk aan de schede zullen met wassingen en zitbaden met duizendbladthee verdwijnen. Tegen aambeien kan men van duizendbladbloem goede zalf maken. (Zie: Gebruiksaanwijzing.)
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 overvolle theelepel kruid op ¼ l. water, opgieten en kort laten trekken.
TINCTUUR VAN DUIZENDBLAD: Met bij zonneschijn geplukte duizendbladbloem een fles vullen en die met graanjenever van 38% tot 40% volgieten, dan veertien dagen in de zon of in de warmte laten trekken.
DUIZENDBLADZALF: 90 gr. ongezouten boter of varkensvet goed heet laten worden, 15 gr. fijngesneden duizendbladbloemen en 15 gr. frambozenblaadjes daarin doen en kort laten opkoken, omroeren en afzetten. De volgende dag alles even opwarmen, door een linnen doekje persen en in schone glaasjes of potjes in de koelkast bewaren.
ZITBAD: 100 gr. duizendblad (bloem, blad en stengel) een hele nacht in koud water aanzetten; de volgende dag tot koken brengen en bij het badwater voegen (zie ook: Algemene Richtlijnen, onder zitbaden).

Ereprijs
(Veronica officinalis)
Toen de Romeinen indertijd het land van de Germanen bezetten, leerden zij bij de bevolking een geneeskruid kennen, dat ereprijs heette en door de Germanen zeer hoog geschat werd. Het had de naam een basisgeneesmiddel te zijn voor alle ziektes. Het wordt in de volksmond nu nog »voor alles goed« genoemd. Ook de Romeinen zouden, zoals ik in een oud kruidenboek gelezen heb, overtuigd zijn geweest van zijn grote geneeskracht, want als zij een kennis of vriend een bijzonder kompliment wilden maken dan zeiden zij: hij heeft net zoveel goede hoedanigheden als het hooggeprezen ereprijs.
Ik dacht hieraan toen een heer mij vertelde dat hij een zeer hoog cholesterolgehalte in zijn bloed had. Hij was daarvoor reeds meermaals in het ziekenhuis geweest. Ik raadde hem ereprijsthee aan; twee koppen per dag. Ik was heel blij toen hij mij een half jaar later vertelde, dat de dokters kort daarna verbaasd hadden gestaan, omdat zij dat hoge cholesterolgehalte bij hun onderzoek niet meer vaststelden.
Ereprijs groeit op droge gronden, in bossen, op ontboste gebieden, bij heggen, kreupelhout, sloten en bosranden. Het heeft een behaarde kruipende stengel, met kleine gezaagde, zilverig schitterende bladeren, waaruit hoogopschietende, helblauwe tot violette bloemenaren voortkomen. De bladeren vallen er vlug af als men er aan komt, daarom heet het hier en daar ook: »stap op en ga weg.« Ereprijs bloeit van mei tot augustus. De bloemen van deze plant worden gebruikt, de effectiefste zijn die planten die aan een bosrand of onder eiken groeien.
Deze plant, die ons sinds oeroude tijden bekend is, is een welkome steun bij de bloedzuiverende thee en helpt samen met verse brandnetelscheuten om chronische eczemen te genezen. Tegen hinderlijke jeuk bij oudere mensen kan men ereprijs zeer aanbevelen. Zwakke en gevoelige personen gebruiken het als een maagmiddel dat zacht werkt en dat ook de spijsvertering bevordert. Maagverslijming en darmstoornissen worden er eveneens door verholpen.
Heel bijzonder wil ik er op wijzen dat ereprijs tegen zenuwachtigheid, ontstaan uit geestelijke overspanning geweldig goede resultaten heeft. Een kop voor het slapengaan verricht door zijn kalmerende werking echte wonderen. De Zwitserse pastoor Künzle beveelt mensen, die veel geesteswerk moeten doen, sterk aan deze kalmerende thee voor het slapengaan te drinken. Het maakt de geest helder en verdrijft duizeligheid. Als men het mengt met selderwortel verdwijnt zenuwzwakte en zwaarmoedigheid. Zelfs bij geelzucht en niergruis, reuma en jichtpijn werkt ereprijs voortreffelijk!
Een pastoor schrijft mij: »De grote leemtes in mijn geheugen waren na 14 dagen met ereprijs en heermoes (in gelijke delen gemengd, twee koppen per dag) verdwenen. Tijdens de preek vergat ik soms al de belangrijke passages. Ik werd onzeker en zenuwachtig. Deze kruiden hebben mij verrassend snel geholpen.»
Bij een nog van vroeger overgebleven, droge bronchitis heeft ereprijs eveneens echte wonderen bewerkt. Als borstthee gebruikt men een mengsel van longkruid, hoefblad, smalle weegbree en ereprijs, in gelijke hoeveelheden vermengd. Met honing kan men de thee iets zoeter maken, of men giet er kokend water op waarin kandijsuiker opgelost werd.
Bij geelzucht, lever- en miltziektes raad ik volgend mengsel aan: 50 gr. paardenbloemwortel; 25 gr. wilde cichoreibloemen; 25 gr. Onze-Lieve-Vrouwebedstro en 50 gr. ereprijs. Deze kruiden goed mengen. Twee koppen drinken (1 overvolle theelepel kruiden voor ¼ l. water).
Uit de bloeiende plant kan men ook ‘n sap krijgen, dat bij chronische eczemen aan te bevelen is. Daarvan neemt men twee- tot driemaal per dag een volle eetlepel. (Zie recept bij de Gebruiksaanwijzing.)
Daar ereprijs in oude kruidenboeken, ook als wondkruid geprezen wordt, raad ik het ook voor ontstoken en moeilijk genezende wonden aan, in het bijzonder bij scheenbeenwonden. Die wonden worden eerst met de thee besprenkeld, daarna komt er de hele nacht een omslag om, die in vers getrokken thee is gedrenkt en wordt alles ingewikkeld.
Reuma en jichtlijders zouden eens de krachtig ereprijstinctuur moeten proberen die zij zelf maken kunnen. (Zie: Gebruiksaanwijzing.) Met deze tinctuur wrijft men de zieke ledematen in en neemt men driemaal per dag telkens 15 druppels in, met wat water of thee.
Drink in ieder geval elk jaar een tijdlang thee van versgeplukt ereprijs! Het vermindert niet alleen aderverkalking maar voorkomt het en geeft aan het lichaam nieuwe lenigheid door zijn bloedzuiverende werking. Daarom zeg ik U: »Neem deze raad ter harte!«
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 overvolle theelepel kruid in ¼ l. water, alleen opgieten, kort laten trekken.
SAP: De frisse bloemen worden gewassen en in vochtige toestand in de vruchtenpers geperst, het sap wordt in kleine flesjes gedaan en in de koelkast bewaard.
TINCTUUR: Twee volle handen bloeiend, fijngesneden kruid met 1 l. 38% tot 40% graanjenever aanzetten en deze in de zon of op een warme plaats 14 dagen laten trekken.
MENGTHEE: 1 overvolle theelepel per ¼ l. water, alleen opgieten, kort laten trekken.

Goudsbloem
(Calendula officinalis)
De goudsbloem neemt onder de geneeskruiden van onze streken een belangrijke plaats in. Want ze behoort tot de planten die bij kanker en kankerachtige gezwellen kunnen helpen. De goudsbloem is door het hele land, in tuinen en dikwijls ook verwilderd op puinhopen te vinden. Haar geneeskracht is intussen alom bekend, ze wordt daarom ook al extra gekweekt. De goudsbloem wordt 30 tot 60 cm. hoog en heeft licht oranje of gele bloemen. Haar stengels en bladeren voelen kleverig aan. Er zijn veel bastaardsoorten, met gevulde bloemknoppen, met lichte of donkere stuifmeelbodem. Ze hebben alle dezelfde geneeskracht. Als ‘s morgens om 7 uur haar bloemen nog dicht zijn, dan komt er die dag regen. Ze werd daarom vroeger als weerprofeet gezien.
In de volksgeneeskunde wordt de hele plant met stengel, blad en bloem geoogst en gebruikt. Men moet ze echter bij stralende zon plukken, omdat dan haar geneeskracht het sterkste is. Men kan ze nog tot laat in de herfst vers uit de tuin halen, tenzij ze dan met meeldauw besmet is.
De goudsbloem lijkt veel op arnika, het valkruid, maar ze is sterker aan geneeskracht. Arnika mag inwendig uitsluitend op geneeskundig voorschrift gebruikt worden, daar het bij hartzieken meer kwaad dan goed zou doen. Goudsbloemthee daarentegen kan zonder enig gevaar gedronken worden. Omdat ze een bloedzuiverende plant is, wordt ze bij besmettelijke geelzucht als ‘n uitstekend hulpmiddel gebruikt. Een tot twee koppen thee per dag, doen wonderen! De goudsbloem reinigt, stimuleert de bloedsomloop en bevordert het genezingsproces bij wonden.
Een man kwam met de hand in een cirkelzaag en had na zijn terugkeer uit het ziekenhuis hevige wondpijn. Ik hoorde daarvan en zei, dat goudsbloemzalf gebruikt moest worden. Hij was overgelukkig over de goede werking en deelde mij mee, dat de pijnen die hem zoveel slapeloze nachten hadden bezorgd, reeds na korte tijd verdwenen waren! Sindsdien zaait zijn vrouw goudsbloem in haar tuin.
Bij een bezoek in Mühlviertel toonde een vrouw mij haar benen die helemaal met spataderen bedekt waren. Ik haalde goudsbloem uit de tuin en maakte een zalf. Het restant bond ik haar meteen op de benen (het restant kan zeker 4 tot 5 maal gebruikt worden). Daarna heeft ze vaker de zalf zeer dik op een linnen doek gesmeerd en om haar benen gebonden. U zult mij amper geloven als ik u vertel dat deze vrouw mij vier weken later kwam opzoeken in Grieskirchen, en toen waren haar spataderen geheel verdwenen! Beide benen vertoonden weer een volkomen effen huid. Een kloosterzuster vertelde dat zij een oude vrouw, die haar op straat door haar zeer dikke spataderen opgevallen was aangeraden had goudsbloemzalf te gebruiken. Zij was zeer blij, toen deze vrouw haar benen een maand later kwam laten zien; de vrouw was overgelukkig want alle spataderen waren weg en de huid was weer glad.
Ook bij aderontsteking, ongeneeslijk zwerende spataderen, fistels, bevroren ledematen, en brandwonden helpt deze zalf zeer vlug. Men gebruikt de zalf op zwerende borsten en moet er ook de draf van opleggen, zelfs als dat van kwaadaardige aard is (borstkanker).
Bij één van mijn kennissen moest de borst afgezet worden. Terwijl zij nog in het ziekenhuis was en wij het ergste voor haar vreesden, bereidde ik de goudsbloemzalf voor haar. Met deze zalf bestreek zij later de vreselijke operatiewond, waardoor alle spanning uit de wond verdween. De lidtekens van de operatie bleken bij het onderzoek, in tegenstelling tot andere patienten, zo goed genezen, dat zij een deel van de voorziene bestralingen niet meer nodig had.
Goudsbloemzalf is ook een allerbeste hulp bij voetschimmel. Vele brieven bevestigen mij dat, zelfs in gevallen waar vroeger alle aangewende middelen faalden. Ook goudsbloemaftreksel van vers kruid kan in zulke gevallen heel goed gebruikt worden. Bij schimmel in de buurt van de vagina, helpen wassingen en zitbaden met goudsbloemafkooksel. Daarvoor neemt men 50 gr. gedroogde (of twee handen vol) verse goudsbloemen per zitbad.
Uit Stuttgart schreef mij een vrouw, dat haar man aan voetschimmel geleden had. Wat hadden zij al niet gedaan! Baden, zalf, poeders niets werkte! Toen probeerde hij het met de goudsbloemzalf. Na acht dagen waren de wonden dicht, en bleven het ook. Is dat geen wonder? Behalve zalf zou men eigenlijk ook de goudsbloemtinctuur moeten kunnen maken. (Zie: Gebruiksaanwijzing.) Deze tinctuur, met gekookt water verdund, is bijzonder goed voor omslagen op wonden, kwetsuren, bloedingen, spierverrekking, ja zelfs tegen etterende of kankerachtige zweren, bij doorgelegen wonden, gezwellen en builen.
Niet alleen pastoor Kneipp zette zich in voor de goudsbloem als natuurgeneesmiddel tegen kwaadaardige zweren, maar ook bekende artsen zoals Dr. Stäger, Dr. Bohn, Dr. Halenser en anderen. Dr. Bohn noemt de goudsbloem zelfs het belangrijkste geneesmiddel tegen kankerziektes, indien er geen operatie meer mogelijk is. Hij beveelt ons dan aan om lange tijd goudsbloemthee te drinken. Het versgeperste sap van goudsbloem kan ook met beste resultaten bij huidkanker gebruikt worden, een bloedgezwel kan verdwijnen door deze vaak met vers goudsbloemsap in te wrijven, evenals bij sproeten en ouderdomsvlekken. Ook kankerachtige vlekken kunnen aldoende verdwijnen.
Korte tijd geleden wees de Amerikaanse arts en onderzoeker Dr. Drwey op de unieke geneeskracht van de goudsbloem bij kanker, waarvan hij goede resultaten kon bekend maken. Inwendig wordt goudsbloemthee gebruikt bij maag- en darmziektes, bij maagkrampen en -zweren, evenals bij dikkedarmontsteking, waterzucht en bij bloed in de urine. Ook bij besmettelijke ziektes (virusziektes), bakteriënverspreiding, is deze thee een buitengewone hulp.
Hoe wonderbaar verse goudsbloemthee werkt blijkt uit volgend bericht, dat mij een arts vertelde: »Een klein, tweejarig meisje was na herhaalde polioinenting tamelijk ziek geworden, leed aan chronische diarree, vermagering en een merkbaar verzwakt gezichtsvermogen, met daarbij alle mogelijke spijsver-teringsmoeilijkheden. Tenslotte had men bij het klinisch onderzoek paratyphus vastgesteld, waartegen het kindje in het ziekenhuis moest behandeld worden. Na een week gebruik van goudsbloemthee uit vers kruid en enkele homeopathische medicijnen was het kind zo goed als hersteld. Haar stoelgang werd toen driemaal onderzocht op aanwezigheid van de typhusbacil en het bleek nu voor de eerste keer negatief.«
Daar de goudsbloem ook bij besmettelijke geelzucht goede resultaten heeft, is zij een voortreffelijk middel tegen leverziektes. Bloem, blad en stengel worden met heet water begoten en de thee wordt niet gezoet gedronken. Tegen de hier boven genoemde ziektes kan men dagelijks 3 tot 4 koppen drinken, ongeveer ieder kwartier een eetlepel. Een worm verdrijvend middel krijgt men indien men thee maakt met ¼ l. liter water en een eetlepel vol goudsbloemen. Het sap van verse stengels verwijdert wratten en schurft. Als men de zieke lichaamsdelen ermee wast, is de afgekookte thee ook goed tegen huiduitslag en gezwollen klieren. De regelmatig genomen thee reinigt het bloed. Indien de ogen met hulp van een oogglas met de thee gewassen worden, versterkt de goudsbloemthee het gezichtsvermogen.
Bij kankerachtige zweren en gezwellen, opengelopen voeten, etterend gebeente en bij beenzweren, bij kwaadaardige etterende dijbeenzweren, wonden die niet willen genezen, helpt het door met deze thee van goudsbloem en heermoes (paardenstaart) in gelijke delen vermengd, te wassen. Daarvoor neemt men een overvolle eetlepel van dit kruidenmengsel op ½ liter water.
Om de unieke werking van goudsbloem nog duidelijker te maken, wil ik hier enkele genezingen vermelden. Een verpleegster die al acht jaar aan dikkedarmontsteking leed, moest daarmee zelfs naar een specialist. Door het lezen van mijn boek, werd haar geadviseerd om goudsbloemthee te gebruiken. Vier dagen lang dronk zij overdag slokje voor slokje twee bekers goudsbloemthee. Men kon het nauwelijks geloven: na deze korte therapie waren haar klachten volledig verdwenen!
Een kloosterzuster uit Beieren, leed aan sterke diarree. Al dronk zij kamillethee, het verbeterde niet. Pas toen zij goudsbloemthee gebruikte, was haar kwaal na korte tijd voorbij. Een andere kloosterzuster uit Beieren, leed al 15 jaar aan voetschimmel en kreeg daarbij nog dikwijls aderontsteking. Door het gebruik van goudsbloemzalf waren haar voeten eindelijk genezen.
Ook harde korsten in de neus worden door goudsbloemzalf vlug verholpen. Mocht iemand tegen varkensvet een afkeer hebben, dan kan de zalf ook met goed plantenvet gemaakt worden. Om dan de zalf zacht en smeuig te krijgen, voegt men nog een beetje olie bij de warme zalfbrij toe.
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 overvolle theelepel kruiden op ¼ l. water.
ZITBAD: Vier handen vol kruiden (of 100 gr.) voor een zitbad.
WASSINGEN: Per halve liter water een overvolle theelepel kruiden.
TINCTUUR: Een handvol bloemen laat men 14 dagen in 1 liter echte brandewijn, in de zon of bij circa 20° warmte trekken.
GOUDSBLOEMZALF: Vier handen vol bladeren, stengels en bloemen van goudsbloemen worden fijngesneden, 500 gr. darmvet van een natuurlijk gevoed varken, worden verhit alsof men iets wil bakken.
Daar doet men de goudsbloemen bij en laat alles even sudderen, roert het goed door elkaar en neemt het van het vuur. Dan laat men alles ruim een dag afgedekt staan. De volgende dag een beetje opwarmen, door een linnen doek filteren en in schone glazen of potten doen.
VERS SAP: Bladeren, stengels en bloemen worden gewassen en in vochtige toestand in de vruchtenpers gedaan.

Stinkende Gouwe
(Chelidonium majus)
Deze plant, die in de volksmond ook wel wrattenkruid wordt genoemd, stond reeds in vroegere tijden in hoog aanzien. In Italië wordt ze zelfs »caeli donum« (wat »hemelse gave« betekent) genoemd. Dit kruid wordt vandaag de dag als een giftig onkruid beschouwd. De afkeer die in onze tijd tegenover de hoogwaardige geneeskruiden bestaat kan ik aldus verklaren: bij de opkomst van de geneesmiddelenindustrie heeft men onze geneeskruiden dusdanig verdoemd, dat de mensen ervan afzagen ze nog verder te gebruiken en aldus werden de chemische geneesmiddelen aan de mensen opgedrongen.
Stinkende gouwe die met haar vertakte stengel van 30 tot 80 cm. hoog wordt, bloeit van mei af heel de zomer door, tot ver in de herfst. Haar bladeren zijn gezaagd en lijken op ‘n eikenblad. Uit de stengel en de wortelen vloeit dik oranjegeel vocht. Zij groeit aan de zuidkant van bossen, muren, hagen en op stortplaatsen. De zomer mag nog zo droog zijn en de zuidkant van de bossen nog zo dor, toch vloeit het dikke oranjegeel vocht nog overvloedig uit de gebroken stengel of wortel. Maar ook in de winter is er nog stinkende gouwe te vinden, al ligt de sneeuw nog zo dik.
Deze plant werkt bloedzuiverend en vormt nieuw bloed. Ik zou ze samen met brandnetel en de scheuten van de vlier tegen leukemie gebruiken. Men moet dan echter tenminste twee liter thee dagelijks van dit mengsel drinken, om goede resultaten te kunnen bereiken.
Stinkende gouwe is het beste geneesmiddel tegen leverziektes, in het bijzonder als men het als sap gebruikt. Men wast de stinkende gouwe en perst er, in vochtige toestand, het sap uit in de vruchtenpers. Dat sap drinkt men, verdund met dubbel zoveel lauwwarm water, de hele dag door, in teugjes. Omdat het bloed- en leverzuiverend werkt, bevordert het ook de spijsvertering zeer goed. Bij gal-, nier- en leverziektes wordt dit kruid ook met goed gevolg gebruikt. In wijn aangezet (30 gr. kruid, wortel inbegrepen, 1 tot 2 uur in een halve liter witte wijn laten trekken) helpt het veel vlug tegen geelzucht. Men kan het ten zeerste bij aambeien (waarbij een branderig gevoel aan de anus ontstaat) bij stekende en vlijmende pijn bij het urineren en als middel tegen het oorsuizen aanbevelen. In al deze gevallen kan men van het sap, verdund met lauwwarm water, of van thee van dit kruid, dat men niet kookt, maar alleen maar met heet water overgiet, twee tot drie kopjes per dag, in teugjes drinken. Uitwendig wordt het gebruikt tegen kwaadaardige huiduitslag, eksterogen, wratten en ongeneeslijke korsten. Grijze staar en hoornvlies-ontsteking verdwijnen langzaam maar zeker. Zelfs bij netvliesbloeding of bij het losraken van het netvlies kan dit sap helpen. Men neemt een blad stinkende gouwe, wast het en wrijft de zachte stengel fijn tussen de natte duim en wijsvinger en met de wijsvinger strijkt men het vocht tot in de hoeken op de gesloten ogen. Alhoewel het niet in het oog gestreken wordt, dringt dit vocht toch tot de ogen door. Het is goed tegen grijze staar, en zwakziende ogen en is een voorbehoedsmiddel bij gezonde ogen tegen eventuele overspannen of ook overbelaste ogen. Ik zelf voel dat het mij, als ik dikwijls tot laat in de nacht de binnengekomen post doorneem, goed doet. Als ik dan oververmoeid ben, haal ik een blad uit de tuin en strijk op bovengenoemde wijze het vocht tot in de hoeken van mijn ogen. Ik heb dan telkens het weldadige gevoel, alsof men een sluier van mijn ogen wegneemt. De homeopathie heeft ook een tinctuur van stinkende gouwe, waarvan men, tegen de genoemde kwalen, 10 tot 15 druppels in wat water nemen moet.
Enige jaren geleden werd me verteld van een boerin, die aan haar onderste ooglid een zweer van een vingerhoed grootte had. De oogarts kreeg argwaan, toen ze hem om een bril vroeg, ze bleek de zweer reeds zeven of acht jaar te hebben. Hij liet er een stukje van onderzoeken en het bleek tot grote schrik van iedereen huidkanker te zijn. Omdat ikzelf dat gezin kende kon ik haar op de geneeskracht van stinkende gouwe wijzen. Het was toen februari en nogal mild winterweer. (Stinkende gouwe overwintert en blijft groen.) Ik zei haar de plant uit de grond te graven en dan in een bloempot om te planten, zodat zij de plant dan steeds bij de hand zou hebben. Zij moest dagelijks, vijf tot zes maal, het zieke lichaamsdeel met het oranjegele sap aanstippen. Ik maakte haar duidelijk dat het geen gevaar voor het oog zou zijn, bovendien zei ik haar, dat ze zoals de arts het wilde een keer per maand naar Linz moest gaan om daar het oog met röntgenstralen te laten bestralen, hoewel deze stralen de kankerachtige gezwellen niet wegnemen, maar wel de gezonde huid en zelfs ook nog het been kunnen beschadigen. Net voor de kerstdagen beleefde ik het grote geluk, dat het gezwel verdwenen was. De vrouw viel me meteen bij de voordeur al om mijn hals van vreugde. De oogspecialist, waar ze vroeger kwam, had haar verbaasd gevraagd wat ze toch ondernomen had. Haar antwoord was: »Een keer per maand röntgenstralen in Linz«, hij zei toen: »Als de röntgenstralen het gezwel hebben doen verdwijnen, dan is dat een wonder.« Ze vertelde me toen ook nog, dat ze het zeker psychisch niet had kunnen volhouden om al die, tot op het been weggevreten gezichten van de andere patiënten te zien, die ook allemaal voor de röntgenstralingen kwamen. Nu wil ik u allen iets vragen: help uw medemensen toch ook in zulke gevallen, help ze aldoende een zulk vreselijk einde te besparen. In onze wereld die inmiddels zo vergiftigd en vervuild is, vermeerderen zich gevallen, dat uit rode plotseling opgekomen wratten huidkanker ontstaat.
Haren in het gezicht en sterk behaarde armen en benen bij vrouwen, betekent dat de nieren niet goed werken. De zieke lichaamsdelen worden met sap, in de vruchtenpers gewonnen, van stinkende gouwe ingewreven. (Dit sap blijft een half jaar goed in de koelkast.) Men laat het enkele uren inwerken en wast het dan met zachte zeep af. Daarna behandelt men de droge huid met goudsbloemzalf, kamille- of St.-Jansolie. (Zie: Gebruiksaanwijzing.) Bovendien moet men ook een brandneteltheekuur doen en wel met zeker 3 tot 4 koppen per dag, en ook zitbaden nemen met paardenstaart (heermoes), dit om de nieren beter te laten doorbloeden. (Zie ook onder paardenstaart.)
Een van mijn kennissen, die in de omgeving van Mainz woont, gebruikte tijdens zijn wandelingen het sap van de stinkende gouwe, zoals boven aangegeven is. Zijn hond, een al oude wolfshond, was zijn trouwe begeleider. Voor de grap had hij de hond een keer het sap op de oogleden gedaan, hetgeen de hond blijkbaar zeer goed beviel want elke keer als zijn baasje het sap dronk, begon de hond te bedelen totdat zijn oogleden weer met dat sap werden ingewreven.
In een pastorie in Opper-Oostenrijk hield ik eens een lezing en kwam daar in contact met de koster die brildrager was. Toen ik later in februari weer in die pastorie kwam, droeg hij geen bril meer. Hij vertelde mij zelf dat hij sinds november mijn raad, stinkende gouwe te gebruiken, gevolgd had. Bovendien zag hij nu beter dan vroeger mét bril. Hij had de bladeren van de stinkende gouwe van onder de sneeuw moeten uitgraven. Ik vertel u dit verhaal om aan te tonen dat bepaalde geneeskruiden zelfs in de winter als het lijkt of alles dood is, nog fris gevonden kunnen worden.
GEBRUIKSAANWIJZING
THEE: 1 afgestreken theelepel kruid voor ¼ l. water, alleen maar opgieten.
SAP: Bloem, blad en stengel wassen en in de vruchtenpers vochtig uitpersen.
TINCTUUR: Als homeopatisch middel in de apotheek halen. WIJN: 30 gr. kruid met wortel en met ½ l. witte wijn overgieten, 1 tot 2 uur laten staan, uitpersen en in teugjes drinken.

Guldenroede
(Solidago virga-aurea)
Guldenroede groeit aan bosranden, greppels, bij kreupelhout en op ont-boste plaatsen. Haar struikvormige stengel, met goudgele bloemensterren, wordt ± 80 cm. hoog. De bloemen worden van juli tot oktober geplukt. Men gebruikt ze tegen darmziektes en darmbloedingen. Maar de plant wordt vooral als een voortreffelijk geneesmiddel tegen nierziektes aangeprezen! Blad en bloem van de guldenroede werken afkoelend en omdat ze ook urine afdrijven worden zij bij alle nieren blaaskwalen aanbevolen. De grote Zwitserse natuurdokter pastoor Künzle vertelde ons over een ongeveer 45-jarige man, die aan een vreselijke nierziekte leed, die steeds erger werd. Tenslotte moest zelfs een nier worden verwijderd. De andere nier was eveneens veretterd en werkte nauwelijks nog. De man begon toen met de guldenroede-kuur. Hij mengde guldenroede met walstro (kleefkruid) en de gele dovenetel in gelijke delen, maakte daar thee van en dronk, gedurende de hele dag drie tot vier koppen in kleine slokjes, waardoor volgens die man zijn lijden na veertien dagen verdween.
Guldenroede werkt samen met walstro (kleefkruid) en gele of witte dovenetels zelfs bij nierverschrompeling, bij nierenspoeling en bij aansluiting aan de kunstnier. In alle drie voorheen genoemde gevallen kon ik door deze kruidenbehandeling goede resultaten bereiken. - Een 52-jarige man die sinds jaren door verschillende artsen in verband met zijn nierverschrompeling als afgeschreven werd beschouwd en die voortijdig gepensioneerd was, kwam kuchend en zwetend, de trap naar de eerste verdieping op en liet zich naar adem snakkend in een stoel vallen. Amper één week later, nadat hij van het bovengenoemde theemengsel dagelijks drie kopjes had gedronken, ging het al veel beter met hem. Hij gebruikte uitsluitend verse kruiden, zo uit de natuur geplukt. Drie weken later had hij al geen last van zijn kwalen meer!
Alle psychische gemoedsaandoeningen, werken zich bij ons mensen uit op de nieren. Daardoor komt het ook dat bij een psychische schok (»shock«) b.v. bij een plotselinge dood van een dierbaar persoon, of een ander ongeluk, de nieren steeds de weerslag daarvan ondergaan. Guldenroede blijkt uitstekende diensten bij een gestoord zielenleven van mensen te bewijzen. Daarom zouden degenen die aan ontgoochelingen en teleurstellingen of andere psychische druk bloot staan, zeer zeker de guldenroedethee moeten drinken.
De geneeskruidenengel staat vlak naast de guldenroede. Bij een gespannen gemoedsleven merken we direct de kalmerende invloed van deze plant, het is alsof een zachte hand alles weer goed streelt. Alleen al het zien van de guldenroede in het landschap werkt reeds kalmerend. Wij moeten dankbaar zijn, dat we zo’n troostbrengende plant in onze nabijheid weten.
The free sample has ended.